AMSTERDAM - Melk komt uit de fabriek, niet uit een koe. Dat denken steeds meer kinderen, volgens Gerda Verburg. Een signaal voor de minister dat de jeugd bewuster moet gaan eten.

“Jongeren hebben hierdoor geen waardering meer voor hun eten”, stelt de minister.

In haar werkkamer op het ministerie in Den Haag spreekt Gerda Verburg een kleine drie kwartier. Vrij lang voor de traditioneel drukke laatste week voor het kerstreces, waarbij onder meer de behandeling van haar eigen landbouwbegroting in de Tweede Kamer op de agenda staat.

In drie jaar moet minstens 30 procent van de jeugd weten hoe hun eten geproduceerd wordt, wil Verburg. Ook moeten ze actief betrokken worden bij de productie van het voedsel.

“Kinderen moeten de mogelijkheid krijgen actief bezig te zijn op een boerderij of in een tuinderij. Dat kan in de vorm van een maatschappelijke stage.”

“Als je als kind weet met hoeveel zorg eten geproduceerd is dan proef je daar meer van en geniet je ook meer. Vroeger wisten we allemaal precies waar onze sla vandaan kwam.”

Het plan is onderdeel van de strategie om meer mensen aan een duurzaam eetpatroon te krijgen. Met voedsel dat goed is voor milieu en mens, en waarbij ook aandacht is voor dierenwelzijn.

Voorlichting

Naast het mobiliseren van de jeugd op de boerderij wil de minister ook betere voorlichting over de productie van het voedsel. Zo wil de minister gaan etiketteren om duidelijk te maken hoe producten geproduceerd worden.

Etikettering als voorlichting. Hoe moet ik dat voor me zien?

“Denk aan de scharreleieren. Op gegeven moment hebben we collectief vastgesteld dat het systeem met de legbatterij geen wenselijke situatie was. Kippen moeten kunnen scharrelen.”

“Daarom hebben we op die eieren toen het etiket 'scharrelei' geplakt Je moet nog wel goed lezen, aangezien er ook volgranen- en meergraneneieren zijn, maar het zijn in ieder geval scharreleieren.”

“Op kleinere schaal is er weidemelk en weidekaas, waarbij je er vanuit kunt gaan dat deze koeien in de wei lopen. Met dergelijke etikettering kan de consument zien op welke wijze producten zijn gemaakt.”

Ook etikettering als er sprake is van minder diervriendelijke productievormen?

“De beste voorlichting is positieve voorlichting. Dus als je zegt weidemelk dan weet je zeker dat die koe in de wei heeft gelopen.”

“Om nou op die andere pakken 'stalmelk' te gaan zetten, ik voel daar niks voor. De producent wil het niet dus dat ga ik ook niet verplichten.”

Maar als u jongeren wil voorlichten over hoe een product tot stand is gekomen dan hoort dat er toch ook bij?

“Dat kan zo zijn, maar als er op een pak weidemelk staat, dan kun je er vanuit gaan dat het pak waar dat niet op staat stalmelk is.”

Zou u niet als overheid meer kunnen doen aan sturing om mensen aan de duurzame voedingsproducten te krijgen?

“Ik ben niet de minister van geboden. Ik geloof in verleiden en uitdagen. Daar zie ik ook goede resultaten van. Je bereikt veel meer als mensen uit overtuiging stappen gaan maken.”

“Bovendien geeft het ook een hoop administratieve rompslomp als je allerlei regeltjes gaat instellen. Een boer is een boer en geen boekhouder. Een vleesverwerker moet bezig zijn met het ambachtelijk verwerken van vlees en niet de halve dag bezig zijn met het invullen van papieren.”


Foto: Chris Heijmans

Blonk

Bij haar streven naar een volledig duurzame voedingssector werd Verburg onlangs geholpen door het rapport Blonk, waaruit bleek dat de intensieve veehouderij beter is voor het milieu dan de biologische veehouderij.

“In Nederland lijkt het er weleens op dat er maar één doel is, namelijk biologisch produceren. Megastallen zouden ook alleen maar slecht zijn. Uit het onderzoek van Blonk blijkt nu dat grote stallen beter zijn voor het milieu dan kleine. Dat zijn spannende dingen.”

Maar dan heeft u het alleen over het milieuaspect, niet over dierenwelzijn. Terwijl dat wel een belangrijke peiler is in uw ambitie voor een duurzame veehouderij.

“Soms heb je op grote bedrijven een dusdanige inrichting dat de situatie voor dieren daar veel vriendelijker is dan bij kleine bedrijven.”

“Maar bekijk wel goed hoe je nieuwe stallen moet bouwen. Daar kan ook rekening gehouden worden met dierenwelzijn.”

“In de Tweede Kamer zijn partijen die moeten afstappen van het dogma 'small is beautiful'. Die zeggen het moet ouderwets Ot en Sien. Dus een beetje terug naar de jaren vijftig. Dat moeten we niet doen.”

Die partijen worden gedreven door de emotie dat er in een klein bedrijf nog echt aandacht is voor het dier.

“Precies wat u zegt. Die partijen worden gedreven door emotie. Op basis van emotie kan ik geen beleid voeren. Ik heb te maken met de werkelijkheid.”

“Ga eens kijken op een groot bedrijf. Op een bedrijf met 150 tot 200 koeien. Die boer kent al zijn koeien. Hij kent ze vaak zelfs bij naam.”

En een varkenshouder kent al zijn varkens?

“Ja, al hebben ze niet allemaal een naam. Maar hij ziet wel: die big is niet helemaal in orde dus die ga ik wat beter in de gaten houden.”

Ziet u het rapport Blonk als een repliek ten opzichte van de film Meat the Truth van Marianne Thieme?

“Ik ga geen rapporten maken om Kamerleden van repliek te kunnen dienen. Maar als blijkt dat mevrouw Thieme er in haar film finaal naast zit moet je dat soort dingen ook wel aan de kaak stellen.”

“Thieme gaat radicaal voor de dieren. Of dat alle boeren de kop kost maakt haar niets uit. En dat levensmiddelen duurder worden waardoor de koopkracht onder druk komt te staan ook niet.”

“Ze vertegenwoordigt een bepaalde stroming, maar die is nog geen 2 procent van het totaal. Ik wil best een voorhoedepositie op het terrein van dierenwelzijn innemen, maar de aanpak ervan houdt niet op de grens. Om dit echt te kunnen oppakken moeten we op Europees niveau regels maken.”

Omdat Nederland zich niet uit de markt wil prijzen?

“Dat heeft er mee te maken. Boeren kunnen dan geen boterham meer verdienen en gaan naar Duitsland of Polen. Dan zijn we dus een gezonde sector kwijt en schieten we qua dierenwelzijn niets op. Met het dierenwelzijn is het daar een stuk slechter gesteld dan hier.”