AMSTERDAM - De Nederlandse regering heeft in 2002 niet geluisterd naar een kritisch rapport van de eigen militaire inlichtingendienst over de dreiging die uitging van Iraakse massavernietigingswapens.

De dienst stelde vast dat er minder gevaar was dan de Amerikaanse en Britse regeringen suggereerden. Dat zegt generaal buiten dienst Hans Couzy zaterdag in het radioprogramma Argos.

Netwerk

Couzy baseert zijn uitlatingen op geluiden die hij opving in 'defensiekringen'. Hij was naar eigen zeggen zo nieuwsgierig naar wat zich toen achter de schermen afspeelde dat hij ging rondvragen in zijn netwerk.

Toen vernam hij dat de militaire inlichtingendienst een genuanceerde analyse had gemaakt en had aangeboden aan de regering.

Rapport

In het rapport stond volgens Couzy 'redelijk nauwkeurig' hoeveel dragers het regime van Saddam Hussein tot zijn beschikking had om de veronderstelde massavernietigingswapens te vervoeren.

In het rapport zou staan dat Irak niet meer dan twintig lanceersystemen had, met een bereik van ongeveer vijfhonderd kilometer.

"Van een gevaar voor de wereldorde is niets gebleken", concludeert Couzy, die tegenwoordig voorzitter is van de Federatie van Nederlandse Officieren.

Vragen

Het kabinet publiceerde vrijdag de antwoorden op tientallen vragen van de Eerste Kamer over de Nederlandse steun aan de Amerikaanse oorlog in Irak. Een deel draaide om de precieze reden die het kabinet aanvoerde voor de politieke steun aan de oorlog.

Eerst waren de massavernietigingswapens de reden, later werd het negeren van VN-resoluties als reden opgevoerd.

Verandering

Het kabinet bestrijdt dat er sprake was van een verandering. Beide redenen zouden op hetzelfde neerkomen.

"Juist omdat het regime van Irak jarenlang de VN heeft tegengewerkt, kon niet met zekerheid worden vastgesteld dat Irak géén massavernietigingswapens meer in bezit had."