DEN HAAG - Het is dringend noodzakelijk dat Nederland op tal van plaatsen zoetwaterreservoirs krijgt. Dat kunnen ondergrondse bekkens of kunstmatige meren zijn. In tijden van extreem laagwater kunnen de waterschappen die reservoirs aanspreken om de zoetwaterstand op peil te houden. Bij hoogwater kunnen de bekkens dienen als wateropvang. Dat heeft woordvoerder J. Leenes van de Unie van Waterschappen maandag gezegd.

De koepelorganisatie van waterschappen pleit al langer voor het aanleggen van reservoirs. Nu het waterpeil in de rivieren door de aanhoudende hitte en droogte sterk zakt, en het einde nog niet in zicht lijkt, blijkt in de praktijk dat er plekken in het land zijn waar ongewenste maatregelen moeten worden genomen omdat er onvoldoende zoetwater beschikbaar is.

Zilt

Het meest nijpend is de situatie in het hoogheemraadschap Rijnland. De dijkgraaf daar vreest eind deze week zilt water in te moeten laten, omdat de waterstand in de Hollandse IJssel te laag is. Het gebied kan niet beschikken over een reservehoeveelheid zoetwater. Verzilting heeft zeer nadelige consequenties voor de gewasvorming in land- en tuinbouw. Ook de natuur in het Delfland is niet gewend aan een zilte omgeving, zodat sommige planten en dieren waarschijnlijk zullen afsterven.

De Hollandse IJssel staat in verbinding met de Nieuwe Waterweg bij Rotterdam. De Nieuwe Waterweg staat onder invloed van eb en vloed. Bij vloed stroomt telkens zout zeewater de rivierarm in. In gewone omstandigheden spoelt dat zoute water direct weer weg via de afvoer van rivierwater. Maar omdat de afvoer nu dramatisch terugloopt en ook de stroming van het water afneemt, kan het zoute water steeds verder het land in dringen.

Bodemdaling

Het hoogheemraadschap vreest dat de zouttong bij onveranderde omstandigheden over maximaal negen dagen de inlaat bij Gouda heeft bereikt. “Dan moeten we noodgedwongen het zilte water inlaten, hoe ongewenst dat ook is”, aldus Leenes. “We moeten een bepaald grondwaterniveau in stand houden om de stabiliteit van de waterkeringen te garanderen en bodemdaling te voorkomen. Als het grondwater te ver zakt worden de dijken poreus. Dan komen er problemen als het weer hoogwater is. En met name houten funderingen, maar ook die van steen, krijgen last van erosie als het waterpeil te ver zakt.”

Het is bijna dertig jaar geleden dat het hoogheemraadschap Delfland met deze problemen te maken had. Voor zover de woordvoerder weet was er in 1976 ook sprake van een kritieke situatie, maar is uiteindelijk geen verzilting opgetreden omdat het weer omsloeg. Als er ziltwater wordt ingelaten duurt het zeker enkele weken voor het zout weer uit de bodem is. Daarvoor moet de rivierafvoer en -stroming flink stijgen en zijn regenbuien nodig.