DEN HAAG - Het pleidooi van minister Ronald Plasterk (Onderwijs) om kinderen pas na de basisschool te laten kiezen voor vmbo, havo of vwo valt in slechte aarde bij de Tweede Kamer.

CDA, PvdA, SP en VVD zien meer in andere mogelijkheden om leerlingen op het juiste lesniveau te krijgen.

CDA-Kamerlid Jan Jacob van Dijk stelt dat het de laatste jaren al een stuk gemakkelijker is geworden om door te stromen van de ene middelbare school naar de andere. De basisschool zou de beste vervolgopleiding goed in kaart kunnen brengen door de prestaties van de leerlingen nog beter vast te leggen.

Hij wijst erop dat in groep acht van de basisschool het niveau al niet meer goed aansluit bij de leerlingen. Sommigen kunnen niet meekomen, terwijl hun klasgenoten zich zitten te vervelen. Een latere schoolkeuze zou dit probleem verlengen tot in het voortgezet onderwijs.

Depla

PvdA'er Staf Depla wil geen uitgestelde schoolkeuze over de hele linie, maar alleen voor leerlingen die daar baat bij hebben. "Ongelijke kinderen moet je niet hetzelfde behandelen."

Hij wijst op de schakelklas voorafgaand aan het vmbo voor leerlingen die moeite hebben met lezen en schrijven. Depla bepleit grotere mogelijkheden om van studie te veranderen in het beroepsonderwijs en een betere doorstroming.

Schooluitval

Ook de SP en de VVD zetten daarop in. "We hebben de doorstroming van bijvoorbeeld vmbo naar havo te moeilijk gemaakt", zegt Jasper van Dijk van de SP. VVD-Kamerlid Ineke Dezentjé Hamming waarschuwt voor meer schooluitval als Plasterk zijn plannen doorzet. "Mensen die met hun handen werken moeten niet te lang in dezelfde klas zitten als kinderen die uit boeken leren".

De minister vindt dat er nu te vroeg wordt geselecteerd, waardoor talent buiten de boot valt. Een rigoureuze verandering heeft Plasterk niet voor ogen. Hij streeft niet naar een stelselwijziging in deze kabinetsperiode.

GroenLinks steunt zijn plan omdat een te vroege selectie slecht uitpakt voor jongeren uit de lagere sociale klassen.