DEN HAAG - Bij een peepshow staat een podium, gaat het om een voorstelling en betalen mensen om er naar te kijken. En dus gaat het om toneel, oordeelde de Hoge Raad vrijdag.

De uitspraak is waarschijnlijk het eindpunt van een langslepende zaak. De Belastingdienst besloot dat een Amsterdamse seksondernemer 19 procent btw over de inkomsten van zijn peepshows moest betalen, in plaats van het lagere tarief (6 procent) dat in de culturele sector gebruikelijk is.

De ondernemer verloor de zaak bij de rechtbank, maar won in hoger beroep.

Cassatie

Staatssecretaris Jan Kees de Jager (Financiën) besloot in cassatie te gaan, maar krijgt nu dus ongelijk van de Hoge Raad.

"De begrippen muziek- en toneeluitvoeringen moeten ruim worden opgevat en het culturele karakter of het culturele niveau van een voorstelling of uitvoering is niet van belang'', aldus een verklaring van het hoogste rechtscollege van Nederland.

Verlaagd tarief

De Amsterdamse ondernemer mag het verlaagde btw-tarief toepassen over de jaren 2002 en 2003. Andere uitbaters hebben weinig aan de uitspraak: op 1 januari van dit jaar is de wet veranderd.

Daarin is nu de bepaling opgenomen dat het lage tarief niet geldt voor "peepshows en andere optredens die primair gericht zijn op erotisch vermaak''.

Een woordvoerder van staatssecretaris De Jager laat weten dat het effect van de uitspraak van de Hoge Raad beperkt is, gezien de wetswijziging van begin dit jaar. De uitspraak die uitbaters van peepshows de mogelijkheid geeft het lage btw-tarief te betalen, geldt dus alleen voor oude zaken.