ORANJESTAD - De Nederlander Jan van der Straten die in 2005 als politiecommissaris op Aruba op de Natalee Holloway-zaak werd gezet, heeft het onderzoek in de beginfase ernstig gehinderd.

Dit om zijn vriend Paul van der Sloot te helpen bij het beschermen van zijn zoon Joran die ervan werd verdacht betrokken te zijn bij de verdwijning van de Amerikaanse. Dit heeft de Arubaanse minister van Justitie Rudy Croes donderdag bevestigd.

De aantijging circuleerde al eerder op het eiland. De bewindsman is ermee naar buiten gekomen omdat Van der Straten deze week in de media kritiek uitte op het Arubaanse politiekorps.

Cruciaal

Volgens Croes lijkt het erop dat de oud-politiecommissaris Joran en twee andere verdachten bewust pas na tien dagen oppakte, "terwijl de eerste dagen cruciaal zijn bij een verdwijningszaak".

In een gesprek hoorde de minister Van der Straten destijds zeggen: "Dit kan ik mijn vriend Paul niet aandoen." Croes vindt het verdacht dat er toen veel telefoonverkeer was tussen Paul van der Sloot en onderzoeksleider Van der Straten.

Carnaval

Van der Straten zou verder een "tweederangs politieteam" hebben ingezet, vlak na Natalees verdwijning. "Dat was het flexiteam; een team dat ingezet wordt tijdens carnaval", licht Croes toe. Hij wil dat er een nieuw onderzoek komt naar de rol van Van der Straten en Van der Sloot: "Als twee Nederlandse vrienden hebben Paul en Jan elkaar geholpen."

Ook op de Nederlandse regering uit de Arubaanse minister enige kritiek. "Tot op de dag van vandaag krijgen we internationaal geen morele steun van Nederland, terwijl de Arubaanse naam wordt bezoedeld. In 2005 werd ons gevraagd zo goed mogelijk te verzwijgen dat Joran een Nederlander is. Hij moest zoveel mogelijk voorkomen als Arubaan. Dat heeft een Nederlandse minister -ik zeg niet wie- persoonlijk verzocht."