AMSTERDAM - Plattelandsbewoners staan een stuk negatiever tegenover de komst van nieuwe allochtone inwoners dan stedelingen. Dat blijkt uit een onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) naar de verhouding tussen stad en platteland.

Eigen lokale culturele tradities zijn op het platteland, in tegenstelling tot de stad, volgens het onderzoek 'springlevend.'

Van de plattelanders vindt 48 procent dat er in Nederland te veel mensen van een andere afkomst zijn. Bij de stedelingen is dat ruim 37 procent.

Dat de nieuwkomers zich aan moeten passen is voor plattelanders ook belangrijker dan voor stedelingen. Minder plattelandsbewoners vinden het een goede zaak dat een samenleving uit mensen met verschillende culturen bestaat.

Vertrouwdheid

Dat er op het platteland minder allochtonen wonen dan in de stad kan volgens het SCP enerzijds zorgen voor spanningen tussen bevolkingsgroepen. Aan de andere kant kan het bekendheid en vertrouwdheid met de groepen in de hand werken.

Plattelandsbewoners zijn minder negatief over de komst van nieuwe autochtone bewoners. Voor 44 procent is dit juist belangrijk, omdat hierdoor de levendigheid van de dorpen wordt vergroot. Daarentegen denkt ruim vijftig procent dat zij altijd nieuwkomers zullen blijven. Bijna een kwart denkt dat dit ook een bedreiging voor de sociale banden binnen de plattelandssamenleving vormt.

Minder eenzaamheid

De sociale cohesie en de leefbaarheid is op het platteland beter dan in de stad. Er is minder eenzaamheid, minder gevoel van onveiligheid op straat en er is een grotere tevredenheid over de woonomgeving.

Op het platteland zijn culturele tradities waarin een groter deel van de bevolking participeert dan in de stad. Bijna 85 procent geeft aan een lokaal dialect of streektaal te spreken.