LEIDEN - Het aantal overledenen bij wie een of meerdere organen zijn uitgenomen voor transplantatie, is met 7 procent gedaald van 202 in 2000 naar 187 in 2001.

Van deze 'postmortale orgaandonoren' werden in totaal vorig jaar 561 organen getransplanteerd. Dat is een daling van 9 procent in vergelijking met 2000, toen overleden donoren nog 616 organen leverden.

Dat blijkt uit jaarcijfers van de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) in Leiden. Uit tussenrapportages bleek vorig jaar al een afname van orgaantransplantaties.

Wel is het aantal weefseldonoren met 22 procent gestegen, van 1431 in 2000 naar 1746 vorig jaar. Het jaar daarvoor was er al een stijging van 11 procent. Ook raadplegen artsen het Donorregister steeds vaker: in 2000 gebeurde dat 4605 keer en vorig jaar al 6728 keer.

De NTS noemt het opvallend dat het aantal orgaantransplantaties afneemt terwijl het Donorregister in Kerkrade vaker wordt geraadpleegd.

Geschikt

Volgens de stichting zijn echter slechts weinig overledenen medisch geschikt. Daardoor hebben artsen ook maar weinig routine ontwikkeld om overleden patiënten te herkennen als donor.

De NTS pleit voor donatiedeskundigen die in ziekenhuizen 24 uur per dag artsen moeten helpen bij de donatieprocedure. Een andere oorzaak van de daling van het donoraantal is dat nabestaanden vaak weigeren toestemming te geven voor donatie als de overledene zich niet heeft laten registreren.

Er zijn meer weigeringen dan voor 1998, toen de Wet op de Orgaandonatie (WOD) van kracht werd. De NTS denkt dat een betere benadering en begeleiding van nabestaanden ervoor zorgt dat zij vaker wel toestemming geven. Ook moet volgens de NTS meer gedaan worden om het aantal registraties te vergroten.