EDE - De Vereniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs (CNS) in Ede gaat het toelatingsbeleid voor niet-Nederlandstalige kinderen op de veertien basisscholen van de vereniging heroverwegen.

Tot nu toe hanteerde CNS de regel dat op een school niet meer dan 15 procent van de leerlingen uit allochtone kinderen mocht bestaan.

Uitspraak

Volgens verenigingsvoorzitter H. van de Berg wil CNS de uitspraak van de commissie Gelijke Behandeling van vorige week niet zomaar naast zich neerleggen, hoewel deze uitspraak geen formeel juridische status heeft.

De commissie bepaalde in een zaak die onder meer aangespannen was door het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie dat het beperken en gedwongen spreiden van anderstalige kinderen in strijd is met de wet.

"We vinden de uitspraak jammer, omdat die voorbij gaat aan onze doelstelling, die voor alle kinderen op een school goed onderwijs behelst. Dat houdt onder meer in dat een leerkracht niet teveel kinderen met een leerachterstand in een klas kan hebben. Soms is er dan op de ene school geen plaats meer, maar op een andere school van onze vereniging wel. In de praktijk is dit tot nu toe in minder dan tien gevallen voorgekomen, dus waar hebben we het helemaal over", zo betoogt Van de Berg.

Per school bepalen

Omdat de vereniging volgens Van de Berg geen zin heeft in een langdurige rechtszaak op grond van de commissieuitspraak wil hij het huidige beleid na de zomervakantie gaan aanpassen. De vereniging zal dan per school gaan bepalen hoeveel allochtone kinderen met een leerachterstand worden toegelaten.

De CNS-voorzitter ontkent dat openbare en bijzonder-neutrale scholen in Ede tot nu toe last hebben gehad van het christelijke spreidingsbeleid.

"Onze scholen zijn heel populair onder buitenlanders, omdat wij veel aandacht aan waarden en normen besteden. Wij weren allochtone kinderen allerminst: een school bestaat al voor 30 procent uit anderstalige leerlingen", zo zegt Van de Berg.