GOMA - De drieduizend extra blauwhelmen die door de Verenigde Naties naar de Democratische Republiek Congo worden gestuurd, bieden geen snelle oplossing voor het conflict in het oosten van het Centraal-Afrikaanse land. Dat liet een woordvoerder van de zogeheten Monuc-missie vrijdag weten.

Luitenant-kolonel Jean-Paul Dietrich zei namens Monuc blij te zijn met de versterking, maar gaf meteen aan dat de troepen van het juiste kaliber moeten zijn om iets te kunnen bijdragen. "Monuc heeft mobiele, goed uitgeruste, hoogopgeleide troepen nodig", aldus de zegsman. "We willen infanterie en ingenieurs."

Volgens Dietrich zijn er genoeg troepen om in Noord- en Zuid-Kivu te patrouilleren, maar ontbreekt het aan een snelle interventiemacht die uit kan rukken als het conflict plots oplaait.

Krachtiger mandaat

Ook de Congolese regering in Kinshasa stelde dat meer nodig is om de problemen op te lossen. "De troepen hebben een krachtiger mandaat nodig", aldus Lambert Mende, de minister voor Communicatie. "De interpretatie van het mandaat moet ook herzien worden, want elke keer dat er een conflict is stelt Monuc vragen over de legaliteit van het mandaat."

De VN-missie Monuc in Congo is met 17.000 manschappen de grootste ter wereld. In totaal komen er 2785 VN-militairen bij en driehonderd politieofficieren. De duur van de missie is niet gespecificeerd.

Bloedvergieten

De vredessoldaten van Monuc verblijven lang niet allemaal in het oorlogsgebied. Daar zijn naar schatting hooguit 7000 VN-soldaten actief. Zij blijken niet in staat het bloedvergieten in de uitgestrekte streek te stoppen. Hoe dat moet gebeuren, is volgens waarnemers bij de VN evenmin duidelijk.