AMSTERDAM - Daders van geweld tegen homo's willen vooral hun eigen mannelijkheid bewijzen. Zij slaan homo's in elkaar om zich te bewijzen tegenover hun vriendengroep, waarin een machocultuur heerst.

40 Procent van de geweldsincidenten gebeurt omdat de 'potenrammer' denkt dat het slachtoffer hem probeert te versieren.

Dat concluderen wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam in een donderdag verschenen onderzoek naar antihomogeweld in Amsterdam. Zij voerden dat uit in opdracht van de gemeente. Religieuze motieven spelen volgens de onderzoekers vrijwel geen rol bij antihomogeweld.

'Potenrammers' zijn vooral laagopgeleide mannen tussen de 17 en 25 jaar. Autochtonen plegen 36 procent van de geweldsincidenten in Amsterdam. Hoewel Marokkanen slechts 16 procent van de bevolking in de hoofdstad vormen, zijn zij verantwoordelijk voor eveneens 36 procent van het aantal geweldsgevallen tegen homo's.

Straatcultuur

De onderzoekers verklaren die oververtegenwoordiging door de straatcultuur waarin veel Marokkaanse jongens leven. Turken (6 procent) en Surinamers (4 procent) zijn ondervertegenwoordigd als het gaat om geweldsincidenten tegen homo's.

In Amsterdam waren vorig jaar 67 meldingen van fysiek geweld tegen homoseksuelen. De onderzoekers denken echter dat het echte aantal veel hoger ligt. 75 tot 95 procent van de slachtoffers doet volgens hen geen aangifte.

Homo

De wetenschappers spraken met daders, namen vragenlijsten af onder scholieren en bestudeerden politiedossiers. Opvallend is dat een van de onderzoekers tijdens het onderzoek zelf in elkaar werd geslagen omdat hij homo is.

De ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie maakten maandag nog bekend dat de politie in de eerste helft van dit jaar in het hele land 150 meldingen van geweld tegen homo's binnenkreeg.