LONDEN - Tony Blair (50) is de langstzittende Labour-premierin Groot-Brittannië ooit. Hij verbreekt zaterdag het record vanClement Attlee, die in 1945 als minister-president aantrad en hetzes jaar en 92 dagen volhield. Blairs prestatie wordt overschaduwddoor de vragen en twijfels die zijn gerezen over de manier waarophij het land heeft betrokken in de oorlog met Irak.

Er is geen sprake van een viering van het record, door de doodvan David Kelly. Deze wapendeskundige speelde een cruciale rol inhet conflict tussen de BBC en de regering over de oorlog in Irak.De BBC beschuldigde de regering na een gesprek met Kelly, dieanoniem wilde blijven, ervan de informatie over Iraaksemassavernietigingswapens te hebben opgeklopt.

Dubieuze rol

De Britse onderzoeksrechter Lord Hutton heeft vrijdag zijnonderzoek naar de omstandigheden rond Kelly's dood officieelgeopend. Blair zal volgens Hutton "in een bepaald stadium" wordenopgeroepen te verschijnen. Er zijn vermoedens dat het Britseministerie van Defensie de naam van Kelly naar de pers heeftgelekt. Blair heeft beschuldigingen over een mogelijk dubieuze rolin de Kelly-affaire altijd ontkend.

Blair heeft meerdere politieke records op zijn naam staan. Toenhij in mei 1997 aan het hoofd van de Britse regering kwam, was hijmet zijn 43 jaar de jongste premier sinds Henry Addington in 1801.

Blair kwam aan het bewind nadat de Conservatieven achttien jaar detouwtjes in handen hadden gehad. Hij was ook de eersteLabour-leider die twee achtereenvolgende verkiezingen won. TonyBlair werd bij de verkiezingen in 2001 met grote meerderheidherkozen, maar het is de vraag of hij de volgende verkiezingenoverleeft.

Successen

Blair heeft een groot aantal successen geboekt, zowel oppolitiek als economisch vlak. Onder zijn leiding is Labourveranderd van een dogmatisch sociaal-democratische partij, naar eenaanhanger van de 'derde weg' politiek. Daarbij wordt gestreefd naareen gulden middenweg tussen vrije-markt principes ensociaaldemocratische waarden.

Een van zijn eerste daden in 1997 was het toekennen vanonafhankeljkheid en het mogen bepalen van de rentetarieven aan deBank of England. Groot-Brittannië kent sindsdien de laagsterentestanden in 48 jaar, lage werkloosheidscijfers en een lageinflatie.