BRUSSEL - De landen van de Europese Unie hebben elkaar dinsdag opnieuw beloofd dat ze de uitgaven voor ontwikkelingshulp zullen verhogen, naar 0,56 procent van het bruto binnenlands product in 2010 en 0,7 procent in 2015.

Daarover zijn "dwingender afspraken" gemaakt dan voorheen het geval was, zei minister voor Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders dinsdag na overleg in Brussel met zijn EU-collega's. Hij sprak van "een echte doorbraak".

Effectiviteit

Ontwikkelingssamenwerking staat onder druk, onder meer door een gebrek aan effectiviteit en door de huidige internationale financiële crisis. Koenders meent dat ontwikkelingssamenwerking nu "belangrijker is dan ooit".

Hij voelde zich tegenover de Nederlandse belastingbetaler verplicht om andere EU-landen aan te sporen meer te doen.

Nederland besteedt al jaren 0,8 procent van het bruto binnenlands product aan ontwikkelingshulp. De EU-afspraak is dat iedereen in 2010 op 0,56 procent en in 2015 op 0,7 procent zit. De landen moeten in 2010 een tijdpad overleggen hoe ze in 2015 op 0,7 procent denken uit te komen.

Sancties

Maar als landen zich niet aan de afspraken houden kan Brussel ze geen sancties opleggen. Koenders beseft dat, maar ziet de afspraken van dinsdag toch als het "vlees op de botten" van eerdere beloften.

Behalve Nederland geven in Europa vooral de Scandinavische landen veel geld uit aan ontwikkelingssamenwerking. Ook Groot-Brittannië en Spanje verhogen de budgetten. Maar nieuwe lidstaten en ook Frankrijk zijn volgens Koenders nog de "zorglanden".

Draagvlak

Koenders denkt niet dat het draagvlak voor ontwikkelingshulp in Nederland is verzwakt door recente aanvallen van VVD en PVV in de Tweede Kamer. "Het draagvlak onder de bevolking loopt niet terug", aldus de PvdA-minister.