Agenten voor de rechter om dooddrukken arrestant

AMSTERDAM - Justitie moet zes agenten van de politie Amsterdam-Amstelland alsnog vervolgen voor de doodslag op een arrestant in zijn cel op 16 juni 2003.

Dat heeft het gerechtshof in Amsterdam maandag besloten.

Volgens het hof zijn er sterke aanwijzingen dat de agenten een 42-jarige Amsterdammer in zijn cel, op het hoofdbureau van de Amsterdamse politie, hebben doodgedrukt.

Het Openbaar Ministerie (OM) besloot eerder de agenten niet te vervolgen, omdat de man zou zijn overleden door een combinatie van cocaïnegebruik en een zwak hart.

De politie arresteerde de man in juni 2003 in zijn huis wegens geluidsoverlast. Hij bleek ernstig in de war. Toen bewakers hem voor verhoor wilden ophalen verzette hij zich, waarna een worsteling ontstond.

De agenten zouden hem daarbij zo ernstig hebben mishandeld dat hij stikte. Ook zouden ze hem in het gezicht hebben geslagen, aldus zijn advocaat Henk Kersting.

Zuurstofgebrek

Deskundigen zijn het er niet over eens of de man is overleden aan zuurstofgebrek door verstikking of door een acute hartstilstand. Maar gezien de snelheid waarmee de man bewusteloos raakte, uitwendig letsel en het aantal personen dat geweld uitoefende, acht het hof aannemelijk dat de agenten schuld dragen.

Kersting noemt de beslissing van het hof uniek. Niet eerder hoefden politieagenten zich voor de rechter te verantwoorden vanwege geweld tegen een arrestant tijdens detentie. "Het is met de controle op de politie in Nederland droevig gesteld.

Incidenten met dodelijke afloop of excessief geweldgebruik worden intern of door de rijksrecherche onderzocht. Er is geen enkele vorm van openbaarheid en controle." De politie noemt de zaak "pijnlijk voor alle betrokkenen".

Tip de redactie