DEN HAAG - Bij het Joegoslavië-Tribunaal kwam het woensdag tot een juridisch steekspel rond Radovan Karadzic. Die is als getuige opgeroepen tijdens het hoger beroep van Momcilo Krajisnik.

Karadzic was tijdens de oorlog in Bosnië (1992-95) president van Republika Srpska; Krajisnik was Bosnisch-Servisch parlementsvoorzitter.

Krajisnik is in eerste aanleg al veroordeeld tot 27 jaar cel wegens zijn rol bij de "etnische zuiveringen" onder moslims en Kroaten. Het proces tegen Karadzic moet nog beginnen.

Getuige

Krajisnik heeft Karadzic opgeroepen als getuige om hem vrij te pleiten van een beslissende rol in het Bosnisch-Servische leiderschap.

Probleem is dat Karadzic veel vragen niet kon beantwoorden zonder zich zelf te belasten. Keer op keer maakte Karadzic' advocaat, Peter Robinson, daarom bezwaar tegen vragen van VN-aanklager Alan Tieger.

De Amerikaanse jurist Tieger viel meteen met zijn eerste vraag met de deur in huis: Was het niet zo dat het Bosnisch-Servische leger en de Bosnisch-Servische politie op grote schaal moslims en Kroaten deporteerden, dat er werd gemoord en uitgeroeid?

Robinson maakte met succes bij de beroepsrechters bezwaar tegen de vraag, nog voordat Karadzic kon beginnen met zijn antwoord.

Vragen

Tal van keren hoefde Karadzic niet te antwoorden op de vragen van Tieger. Die leidt ook het team van de aanklagers in Karadzic' eigen zaak.

Robinson beschuldigde Tieger er dan ook van dat hij probeerde bewijs voor het toekomstige proces tegen Karadzic te verzamelen, terwijl woensdag de zaak-Krajisnik op de rol stond.

Procedureregels

Volgens de procedureregels van het tribunaal kunnen de rechters een getuige bevelen een vraag te beantwoorden, ook als hij zich daarmee zelf belast, maar de aanklagers mogen het antwoord dan niet tegen de getuige gebruiken.

Herhaaldelijk riep Robinson Tieger op de rechters te vragen van die immuniteitsregel gebruik te maken, maar Tieger, die ook nog een zaak tegen Karadzic wil winnen, ging daar niet op in.

Karadzic

Karadzic deed overigens zijn best om Krajisnik vrij te pleiten. Als Krajisnik in notulen van vergaderingen genoemd wordt als lid van het collectieve Bosnisch-Servische presidentschap, dan is dat een fout van de notulist, aldus Karadzic.

En de documenten die Krajisnik namens het Bosnisch-Servische leiderschap tekende? Die waren niet belangrijk; mijn secretaresse had die kunnen tekenen, aldus Karadzic.