AMSTERDAM - Het Openbaar Ministerie (OM) heeft woensdag voor het gerechtshof in Amsterdam onvoorwaardelijke celstraffen geëist tegen de voormalige top van het supermarktconcern Ahold.

De eisen zijn lager dan die bij de rechtbank, maar hoger dan de straffen die de rechtbank oplegde.

De oud-topmannen staan terecht voor hun aandeel in de boekhoudfraude bij Ahold. Drie van de vier verdachten werden in 2006 door de rechtbank veroordeeld en kregen voorwaardelijke straffen en geldboetes opgelegd.

Zowel het OM als de verdediging ging in hoger beroep.

Cees van der Hoeven

Voormalig Aholdtopman Cees van der Hoeven hoorde vijftien maanden celstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, tegen zich eisen. Oud-financieel topman Michel Meurs hoorde een eis van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk.

Tegen oud-bestuurslid Jan Andreae eiste het OM zes maanden cel, waarvan vier maanden voorwaardelijk. Ook wil het OM dat het hof Andreae een werkstraf van 120 uur en een geldboete van 120.000 euro oplegt.

Voormalig commissaris, de Zweed Roland Fahlin, die overigens niet aanwezig was, zou een voorwaardelijke straf moeten krijgen van zes maanden cel en een boete van 120.000 euro.

Dochterbedrijven

De boekhoudfraude draait om de consolidatie door Ahold van zijn gezamenlijke dochterbedrijven in het buitenland.

Om de inkomsten van deze bedrijven volledig bij de eigen omzet te kunnen rekenen, claimde het concern zeggenschap bij die bedrijven terwijl het die feitelijk niet had.

De verdachten wordt onder meer verweten informatie te hebben achtergehouden van de accountant, het publiek te hebben misleid en valse jaarrekeningen te hebben opgesteld.

Schade

Advocaat-generaal Peter Greve van het OM beëindigde zijn requisitoir met de motivering voor de strafeis tegen de verdachten.

"De schade die door de verdachten is aangericht, reikt ook veel verder dan alleen het beursfonds en de eigen beleggers.'' Greve zei dat het gedrag van de verdachten de "intregritiet van de financiële markten een ernstige knauw'' heeft gegeven.

Geen spijt

De advocaat-generaal wees het hof erop dat Van der Hoeven, die hij als een dominante man bestempelde, nooit spijt heeft betuigd.

"Maar de zaak heeft afgedaan als een inschattingsfout.'' Het OM benadrukte dat Meurs bij het hoger beroep "het begin van spijt heeft getoond''.

In een reactie zei Meurs: "Ik had niet meer, maar ook niet minder verwacht.'' Hij gaf aan niet te zijn geschrokken. "Je krijgt toch een beetje eelt op je ziel''.

Vertouwen

Van der Hoeven: "Ik had al verwacht dat er hoog zou worden ingezet.'' Hij gaf aan vertrouwen te hebben in zijn raadsman.

Vanaf maandag 10 november is het woord aan de verdediging.