LONDEN - De Iraakse dictator Saddam Hussein en zijn twee zonen Uday en Qusay bleven tot half april in de Bagdad, toen de Amerikaanse tanks al in het hart van de stad waren. Daarbij ontglipten ze meerdere malen aan Amerikaanse militaire controles. Dat zei een voormalig lijfwacht van Uday in een vraaggesprek met de Britse krant Times vrijdag.

Hij zei dat ze meerdere malen ontsnapten aan Amerikaanse pogingen om ze op te pakken of te doden. Volgens de man trokken ze in auto's zonder kentekens van het ene naar het andere huis om een veilig onderkomen te zoeken. Daarbij passeerden ze meermalen Amerikaanse checkpoints en konvooien zonder herkend te worden.

Lijfwacht

Volgens de man, die zeven jaar voor Uday werkte, wilden Saddam en zijn zonen zo lang mogelijk in Bagdad blijven, omdat ze dachten dat ze de stad konden houden. "Het was zeker de bedoeling om te vechten, niet om te vluchten", aldus de 28-jarige lijfwacht die anoniem wil blijven en daarom een pseudoniem gebruikte.

Bommen

De eerste bommen van de oorlog waren gericht om Saddam en zijn gevolg met één klap uit te schakelen. Toen die bommen vielen, bevond de dictator zich aan de andere kant van Bagdad, aldus de lijfwacht. Volgens hem kwam de volgende aanslag op het leven van Saddam een stuk dichterbij.

De lijfwacht vertelde ook dat Saddam vermoedde dat hij verraden werd door iemand uit zijn eigen kring en zette een val op. Hij vroeg aan de verdachte, een legerkapitein, om een onderkomen klaar te maken achter een restaurant in de wijk Mansour. Saddam bleef echter niet lang op deze locatie, maar vertrok snel via de achterdeur. "Tien minuten later werd het restaurant gebombardeerd." De kapitein werd vervolgens standrechtelijk geëxecuteerd, aldus de lijfwacht.

Schuilplaatsen

Toen Bagdad op 9 april viel, waren Saddam en zonen nog in schuilplaatsen in de soennitische wijk Adhamiya. Dit was de wijk waar Saddam twee dagen eerder nog op straat werd toegejuichd door honderden Irakezen. Op 11 april brachten Saddam en zijn zonen hier nog een bezoek aan een moskee toen de Amerikanen al vlakbij waren. Saddam zei toen tegen een vrouw: "Ik kan niets doen. Ik vertrouwde mijn leger, maar de commandanten hebben Irak verraden. We hopen dat we spoedig weer aan de macht zijn en dat alles in orde komt." Dit was het laatste publieke optreden van de oud-dictator.

De val

Pas na de val van Bagdad werd voor het eerst gesproken over georganiseerd verzet. "Vijf of zes dagen na de oorlog was er een besloten vergadering. Daar werd besloten om het verzet te beginnen", aldus de man.

Enkele dagen later moest hij bij Uday komen. Hij kreeg een gouden handdruk van 1000 dollar. "Uday zei dat ik naar huis mocht gaan. Als hij me nodig zou hebben dan hoorde ik het wel. Uday vertelde niet waar hij heen ging. Ze hadden alleen familieleden bij zich, want ze vertrouwden niemand."