HARDENBERG - President Wade van Senegal is niet van plan de stoffelijke overschotten van de slachtoffers van de veerbootramp van 26 september voor de West-Afrikaanse kust te bergen. Hij zei dat zondag in een gesprek met familieleden van de twee Nederlanders die bij de scheepsramp omkwamen.

De familie eist de berging van de lichamen van de slachtoffers. De moeder en de broer van de overleden Roel (43) en Lisette (32) Arendshorst konden hun eis zondag in een persoonlijk gesprek met de president kracht bij zetten. "Via de presidentiële adviseur Hassan Ba hebben ze contact gekregen met president Wade", zei H. Arendshorst, de vader van het overleden tweetal, maandag.

God

De familie kent de adviseur uit eerdere contacten. "De president deed geen toezeggingen, maar stelde het meedenken over een berging wel op prijs. Hij wil de veerboot met rust laten, omdat de zielen van de slachtoffers volgens hem nu bij God zijn."

Tijdens het gesprek overhandigden de twee familieleden een brief, ondertekend door europarlementariërs van alle politieke partijen, waarin gepleit wordt voor de berging van het schip. Broer en zus Arendshorst, die opgroeiden in Hardenberg (Overijssel), kwamen samen met 1861 andere opvarenden van de veerboot Joola om het leven. Het overbeladen schip kapseisde ter hoogte van Gambia op de Atlantische Oceaan.

Vader, moeder en broer Marnix Arendshorst gaan in september terug naar Senegal om de ramp te herdenken.