STOCKHOLM - De Nobelprijs voor Natuurkunde gaat dit jaar naar twee Japanse wetenschappers, Toshihide Maskawa en Makoto Kobayashi, en de Amerikaan Yoichiro Nambu (van Japanse origine).

Dit heeft het Nobelprijscomité dinsdag bekendgemaakt in de Zweedse hoofdstad Stockholm.

Zij krijgen de onderscheiding voor baanbrekend onderzoek op het gebied van quarks, elementaire deeltjes. Nambu (87) won de helft van de 10 miljoen Zweedse kronen (1 miljoen euro); de twee Japanners moeten de andere helft delen. Ze ontvangen de prijs op 10 december, de sterfdag van stichter Alfred Nobel.

Kennis

De drie hebben kennis en begrip van de natuur op een hoger plan gebracht, stelde de Zweedse Academie van Wetenschappen vast. Nambu ontwikkelde theorieën over het ontbreken van symmetrieën in de eigenschappen van elementaire deeltjes.

In de natuur komen sommige deeltjes met één eigenschap voor, terwijl er in theorie meer mogelijkheden zijn. Als eerste beschreef Nambu hoe dergelijke symmetriebreuken kunnen worden begrepen.

Theoretische verklaring

Kobayashi (64) en Maskawa (68) stelden een theoretische verklaring op voor het feit dat quarks in drie groepen voorkomen. Quarks worden gezien als de inwendige bouwstenen van de deeltjes die de materie vormen, zoals protonen en neutronen. Quarks zijn lang beschouwd als de kleinste bouwsteen van de materie.

Vorig jaar werden de Fransman Albert Fert en de Duitser Peter Grünberg onderscheiden. Volgens de jury hebben zij een zeer belangrijke bijdrage geleverd aan het verkleinen van harddisks de afgelopen jaren.

Nederlandse winnaars

Negen jaar geleden waren Gerard 't Hooft en Tini Veltman de laatste Nederlandse winnaars. In een grijs verleden (1902) ging de belangrijkste wetenschappelijke prijs op het gebied van de fysica naar onder meer Hendrik Lorentz en Pieter Zeeman.

In 1901 was de Duitser Wilhelm Conrad Röntgen de eerste winnaar voor de ontdekking van de straling die zijn naam draagt.