WARSCHAU - De voormalige leider van Polen, generaal Wojciech Jaruzelski, heeft donderdag ontkend dat hij schuldig was aan communistische misdaden door in 1981 de staat van beleg af te kondigen.

Voor een rechtbank in Warschau zei Jaruzelski dat de beschuldigingen aan zijn adres ongefundeerd zijn. De voormalige leider van Polen zei dat het uitroepen van de staat van beleg een "noodzakelijk kwaad" was. Hij stelde dat hij door de maatregel een ramp had voorkomen en de weg naar de democratie had geplaveid.

Staat van beleg

Het proces tegen de 85-jarige Jaruzelski begon drie weken geleden. Volgens de aanklagers hebben Jaruzelski en verscheidene medeverdachten een gewapende organisatie met een crimineel karakter geleid. Jaruzelski kondigde in december 1981 als leider van een militaire junta de staat van beleg af. Hij wilde zo een staking van de onafhankelijke vakbond Solidariteit voorkomen. Bij gevechten tussen stakers en de politie kwamen tientallen mensen om het leven.

Lech Walesa

De noodtoestand duurde tot juli 1983. Tienduizend andere mensen werden gevangen gezet, onder wie de Solidariteitleider en latere president Lech Walesa.

Na het intrekken van de staat van beleg begon Jaruzelski overleg met leiders van Solidariteit. In 1989 kwam er een eind aan het communistisch tijdperk in Polen.