DEN HAAG - Het afluisteren van telefoongesprekken tussen burgers en advocaten door justitie is onwettig. Dat stelt het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) in een onderzoek dat donderdag is uitgekomen. Volgens het college wordt het beroepsgeheim door de afluisterpraktijken onvoldoende gerespecteerd.

Het onderzoek is gehouden op verzoek van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten. "Het stelselmatig opnemen, registreren, uitwerken en kennisnemen van vertrouwelijke communicatie tussen advocaten en burgers door de politie en het OM is strijdig met de bij wet en verdrag erkende bijzondere positie van beroepsgeheimhouders", aldus het CBP. "Het is daarmee ook in strijd met de Wet politieregisters en de Wet bescherming persoonsgegevens."

Momenteel geldt er voor deze gesprekken nog een instructie van het Openbaar Ministerie, waarin staat dat alle gesprekken worden uitgewerkt. Daarna bepaalt de officier van justitie of een gesprek geheim moet worden gehouden. Volgens het CBP moeten opgenomen conversaties met raadslieden in alle gevallen worden vernietigd.

Ook stelt het college dat justitie door middel van nummerherkenning kan zien wanneer een cliënt met zijn advocaat belt, zodat ze de opname-apparatuur kan uitschakelen.