AMSTERDAM - De Nederlandse ontwikkelingshulp moet zich minder richten op het vestigen van democratie. Dat heeft Peter van Lieshout van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid zondag gezegd in het televisieprogramma Buitenhof.

Volgens de wetenschapper hoeft een land niet per se democratisch te zijn om vooruitgang te boeken. Hij gaf als voorbeeld de Socialistische Republiek Vietnam die in grote mate wordt geregeerd door een partij.

Namens de adviesraad van de regering onderzoekt Van Lieshout op dit moment de effectiviteit van de Nederlandse ontwikkelingshulp in arme landen.

Nigeria

Hij vindt onder andere dat Nederland aan de Afrikaanse westkust veel beter geld kan steken in de economische ontwikkeling van Nigeria dan in hulpprojecten in kleine buurlanden als Togo en Benin.

Nigeria is op dit moment rijk genoeg om zijn bevolking te ondersteunen. Daarom gaat ontwikkelingshulp vooral naar zijn buurlanden. Van Lieshout stelt dat je echter beter Nigeria kunt ondersteunen. Met zijn olie en vruchtbare grond heeft het land de potentie om economisch te groeien.

Profiteren

Buurlanden zullen daarvan weer profiteren, stelt het WRR-lid. "Wij weten niet goed hoe om te gaan met landen die wel economisch kunnen opkomen", aldus Van Lieshout.

Daarbij heeft het alleen zin om geld te lenen aan overheden die goed functioneren. "Het is een harde les dat strakke regimes niet per se slecht zijn voor de economie."

Azië

Als voorbeeld noemt hij de "verlichte despoten met een bijna militair karakter" die enkele Zuidoost-Aziatische landen eind vorige eeuw sterk hebben ontwikkeld. De WRR komt over ongeveer een jaar met een definitief rapport over de ontwikkelingshulp door Nederland.