WASHINGTON/LONDEN/CANBERRA - De Amerikaanse presidentBush, de Britse premier Blair en de Australische eerste ministerHoward hebben ieder afzonderlijk hun besluit verdedigd om actiefdeel te nemen aan de oorlog in Irak. Binnen een tijdsbestek van 24uur legden de drie verklaringen af over de juistheid van hun actietegen Saddam Hussein en over hun overtuiging dat er alsnogmassavernietigingswapens zullen worden gevonden.

Aanleiding voor het publicitaire offensief van de 'coalitie' isde kwestie-Niger. Bush, Blair en Howard hebben alle drie gezegd datIrak ten behoeve van een kernwapenprogramma uranium heeft gepoogdte kopen in het Afrikaanse Niger. Intussen is gebleken dat dezeinformatie onjuist is, of dat er op zijn minst behoorlijk aan kanworden getwijfeld.

Voorgelogen

Voor de politieke tegenstanders van de depresident en de twee premiers is dat een uitgelezen mogelijkheid detrom te roeren. Zij roepen in koor te zijn voorgelogen.

De meest opvallende uitspraak kwam vrijdag van Bush tijdensdiens bezoek aan Afrika. De president stelde de uraniumzaak voorhet eerst aan de orde in zijn 'troonrede', de State of the Union,eind januari. Zowel Bush als zijn veiligheidsadviseur CondoleezzaRice benadrukte vrijdag dat de inlichtingendienst CIA de inhoud vandeze rede vooraf had goedgekeurd.

Gebrekkige bewijzen

Daarmee weerspraken zij Amerikaanse mediaberichten dat de CIA alin 2002 kennis had van de gebrekkige bewijzen in de Nigerkwestie,en dat de dienst dat ook aan Bush zou hebben meegedeeld. Depresident zou de CIA echter hebben genegeerd.

Bush en Rice ontkenden dat vrijdag met klem. "Ik heb eentoespraak gehouden die was goedgekeurd door de veiligheidsdiensten.De toespraak maakte het Amerikaanse volk duidelijk welk gevaar hetregime van Saddam Hussein vormde. Mijn regering heeft passendemaatregelen genomen en daardoor is de wereld veiliger en vreedzamergeworden", aldus Bush.

Op verdere vragen wenste de president geen antwoord te geven.Het Witte Huis erkende overigens wel eerder deze week dat deuraniumzaak achteraf niet in de speech had moeten staan.

De kwestie kaatste vrijdag verder naar Londen. The WashingtonPost berichtte namelijk dat de CIA in september 2002 tevergeefsheeft geprobeerd de Britse regering over te halen een passage overde vermeende uraniumaankoop uit een officieel rapport weg te laten.

Voet bij stuk

Een woordvoerder van Blair zei vrijdag dat Londen voet bij stukhoudt. Het zou over eigen en andere informatie beschikken waaruitblijkt dat Irak wel degelijk in Niger actief was.

In Australië hebben intussen twee inlichtingendiensten én hetministerie van Buitenlandse Zaken erkend dat zij wisten dat debewijzen voor de Nigerclaim aan alle kanten rammelden. Geen van dedrie heeft daarover premier Howard ingelicht, voordat die infebruari van dit jaar in het parlement sprak over de Iraakse actiein Afrika.

De Australische zender ABC meldde zaterdag (lokale tijd) dat demilitaire inlichtingendienst DIO er pas vrijdag achterkwam datHoward nooit was bijgepraat over de twijfels, die zijdelingsstonden vermeld in een dik rapport over Irak. Voor dat rapport wasweer gebruik gemaakt van gegevens van een niet nader genoemdeAmerikaanse inlichtingendienst.

Verbazing

De Democraten in de VS, de Conservatieven in Groot-Brittannië ende oppositie in Australië hebben intussen hun verbazing en boosheiduitgesproken over de manier waarop de kwestie-Niger door hunregeringen wordt behandeld. In de Verenigde Staten ruiken vooral deDemocratische presidentskandidaten bloed. Met het oog op depresidentverkiezingen volgend jaar vallen ze Bush nu stevig aan opzijn "onvolkomenheden en onjuistheden" in de State of the Union,de politiek belangrijkste jaarlijkse rede van het Amerikaansestaatshoofd.