PRETORIA/WASHINGTON - De Amerikaanse president George Bush blijft pal staan achter de rechtvaardiging voor de oorlog tegen Irak. De inlichtingendienst CIA gaf dinsdagavond toe dat informatie over een vermeende poging tot aankoop van uranium in Afrika door Irak niet klopte, maar Bush zei woensdag "absoluut overtuigd te zijn van de beslissing" om Irak aan te vallen.

"Ik twijfel er geen moment aan dat Saddam Hussein een gevaar voor de wereldvrede was en dat de Verenigde Staten samen met onze bondgenoten en vrienden het juiste deden door hem van zijn macht te ontdoen", aldus de president. Hij ging niet in op concrete vragen over de foutieve gegevens.

De CIA zegt het Witte Huis al in maart 2002 over de verkeerde informatie te hebben gewaarschuwd. Tien maanden later gebruikte Bush de berichten dat Bagdad had geprobeerd uranium te kopen in Niger in zijn State of the Union om de oorlog tegen Irak te rechtvaardigen.

Het Witte Huis erkende dinsdag voor het eerst publiekelijk dat de bewuste beweringen incorrect waren. Volgens presidentieel woordvoerder Ari Fleischer ging het echter om "een enkele zin" uit de lange toespraak. "Deze informatie had het niveau van een presidentiële toespraak niet mogen bereiken."

Vorige maand berichtte de Washington Post dat de CIA had verzuimd de informatie door te spelen aan de president. Die zou daardoor valse beschuldigingen hebben geuit tijdens de State of the Union.

Al snel werd er getwijfeld aan de stelligheid waarmee Bush Irak beschuldigde. De uranium-kwestie speelde op toen het Internationaal Atoomenergie Agentschap IAEA eerder dit jaar de geleverde 'bewijzen' van de VS over een Iraaks kernprogramma nader onder de loep nam. De organisatie stelde vast dat de Amerikaanse regering zich baseerde op vervalste documenten. Die hadden de VS naar eigen zeggen door een derde land, Italië zo bleek later, toegespeeld gekregen.

De gewezen Amerikaanse ambassadeur Joseph Wilson zette de kwestie zondag nog eens extra op scherp in een ingezonden brief in The New York Times. De voormalig diplomaat onderzocht de zaak vorig jaar en hij kwam tot de slotsom dat de bewijzen voor de aankoop aan alle kanten rammelden.

In de VS, maar ook in Groot-Brittannië groeit de kritiek over de informatie over vermeende Iraakse wapens die beide regeringen in de aanloop van de aanval op Irak naar buiten brachten. Omdat er nog steeds geen massavernietigingswapens in Irak zijn gevonden, noemen velen die informatie overdreven, aangedikt of zelfs gemanipuleerd.