Amerikanen laten Turkse militairen vrij

ANKARA/WASHINGTON/BAGDAD - De Amerikaanse troepen in Irak hebben zondagavond elf Turkse militairen vrijgelaten. De vrijlating volgde op een telefoongesprek tussen de Turkse premier Erdogan en de Amerikaanse vice-president Cheney.

De drie officieren en acht onderofficieren werden vrijdag opgepakt, waardoor een diplomatieke rel ontstond tussen de oude bondgenoten. Turkije dreigde volgens de Turkse media daarin met maatregelen als de militairen niet snel vrij zouden komen.

'Lelijk incident'

De elf werden opgepakt in de noord-Iraakse stad Sulaymaniyah. De VS zouden volgens de Turkse premier Erdogan de officieren ervan verdenken een aanslag te hebben willen plegen op de Koerdische gouveneur van de stad Kirkuk. Erdogan noemde de arrestatie 'een lelijk incident, dat niet had moeten plaatsvinden'.

Militairen uit de top van het Turkse leger overlegden zaterdag over maatregelen tegen de VS als onmiddellijke vrijlating zou uitblijven, meldde de televisiezender ITV. Daarbij zou zijn overwogen het Turkse luchtruim te sluiten voor Amerikaanse vliegtuigen en de Amerikanen te verbieden nog langer gebruik te maken van vliegbasis Incirlik.

De Amerikanen hebben het hele weekeinde geweigerd commentaar te geven op het incident. Een anonieme hoge militair uit het Amerikaanse leger erkende wel dat zijn troepen een aantal buitenlandse militairen hadden opgepakt, 'vermoedelijk Turken'.De Amerikaans-Turkse verhoudingen stonden sinds maart al onder druk omdat Turkije weigerde 62.000 Amerikaanse manschappen via Turkije naar Irak te laten optrekken.

Aanslagen

Zeven politierekruten en een Britse journalist zijn dit weekeinde in Irak om het leven gekomen bij aanslagen. De Iraakse politierekruten kwamen zaterdag om door een hevige explosie in de buurt van een politiepost in de stad Ramadi. De agenten daar volgden eerder een training van Amerikaanse militairen. De explosie deed zich voor tijdens de afsluitende ceremonie. Zestig mensen raakten gewond.

Volgens Amerikaanse defensie-analysten heeft de aanslag duidelijk gemaakt dat niet alleen Amerikanen en Britten, maar ook Irakezen die met hen samenwerken, hun leven niet langer zeker zijn.

Journalist

Een Britse freelance-journalist werd zaterdag bij het Iraaks Nationaal Museum in Bagdad doodgeschoten. De man werkte sinds twee weken in Irak, nadat hij eerder voor de Britse zender ITN had gewerkt. Hij was de zestiende journalist die sinds het begin van de oorlog op 20 maart om het leven kwam in Irak.

Zondag overleed een Amerikaanse militair aan zijn verwondingen. Hij was eerder op de dag neergeschoten op de campus van de universiteit in Bagdad. De militair bewaakte de campus in het centrum van Bagdad, toen hij in het hoofd werd geschoten. Hij is de 27ste Amerikaanse militair die sinds de grote gevechtshandelingen zijn afgelopen door geweld om het leven is gekomen.

Claim

De Britse premier Blair heeft zaterdagavond geëist dat de BBC de claim intrekt dat Downing Street het rapport over de Iraakse massavernietigingswapens heeft 'opgeleukt'. Hij beschuldigde de zender ervan de zwaarst mogelijk aanval te hebben ingezet op de integriteit van de regeringsleider. "Je kunt geen ergere aanklacht indienen tegen een premier. De aanklacht is vals."

Tip de redactie