WASHINGTON/DAKAR/JOHANNESBURG - De Amerikaanse president Bush bezoekt komende week vijf landen in Afrika. Dinsdag arriveert hij in Senegal en tot en met 12 juli reist hij ook langs Zuid-Afrika (9 juli), Botswana (10 juli), Uganda (11 juli) en Nigeria (12 juli). Het is voor het eerst dat een Republikeinse president officieel Afrika bezoekt.

Bush heeft kort voor zijn vertrek naar Afrika voorgesteld veel geld uit te trekken voor hulp aan vijf Afrikaanse landen bij de bestrijding van terrorisme. Hij denkt aan 100 miljoen dollar over een periode van vijftien maanden.

De ontvangers van de hulp zijn Djibouti, Ethiopië, Kenia, Tanzania en Uganda. Bush beloofde dat hij "het gereedschap en de middelen zal geven om de oorlog tegen het terrorisme te winnen".

Imago

De aandacht voor het arme continent moet ook het imago van Bush en zijn land oppoetsen. De oorlog tegen Irak is in Afrika over het algemeen verworpen als niet te rechtvaardigen en als arrogant optreden van een wereldmacht die zich niets van die wereld aantrekt.

De humanitaire interventie in Afrika van zijn vader, de toenmalige president Bush, liep in 1993 in Somalië volgens de Amerikanen op een bloedige drama uit. Sindsdien hebben gruwelen in bijvoorbeeld Rwanda, Sudan of Congo de politici in Washington nauwelijks beroerd. Bush stelt dat dit verandert. Over twee weken gaat een speciale gezant van hem, John Danforth, naar Sudan.

Aids

De president zal ook andere thema's dan terrorisme ter sprake brengen. Met name aids krijgt veel aandacht bij zijn bezoeken. Bush' regering heeft een plan opgesteld van 15 miljard dollar voor de strijd tegen de ziekte, die generaties dreigt weg te vagen in delen van Afrika.

Tal van actiegroepen hebben manifestaties aangekondigd tegen Bush, vooral in Zuid-Afrika. Daar heeft 'Vader des Vaderlands' Nelson Mandela ervoor gezorgd dat hij het Amerikaanse staatshoofd niet hoeft te zien. Een ontvangst door ex-president Mandela is nog steeds een eervol hoogtepunt in Zuid-Afrika voor bezoekende prominenten. Mandela is een fel criticus van de Amerikaanse regeringspolitiek en is bovendien van mening dat Bush "niet in staat is goed te denken".

Bij de eerste stop in Senegal staat Bush stil bij de slavernij. Hij doet dat op het eiland Gorée vlak voor de kust van Dakar. Daar staat onder meer een door Nederlanders gebouwde gevangenis voor slaven als monument voor de gruwelijke dood of wegvoering van talrijke Afrikanen. Het 'slavenhuis' kwam een jaar voor de verdrijving van de Nederlanders van Goeree, door de Fransen in , gereed.