WASHINGTON - Voor het eerst sinds het begin van de oorlog in Irak denkt een flinke meerderheid van de Amerikanen dat de regering-Bush het niet zo nauw heeft genomen met de waarheid toen het ging over de aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak. Dit blijkt uit een onderzoek van de Universiteit van Maryland onder ruim duizend Amerikanen.

Van de ondervraagden zei 52 procent te geloven dat Bush en zijn medewerkers zich vrijheden hebben veroorloofd met de waarheid maar dat zij geen leugenachtige verklaringen hebben afgelegd over de wapenprogramma's van de Iraakse dictator Saddam Hussein.

Een op de tien ondervraagden meent dat de regering het Congres, het Amerikaanse volk en de internationale gemeenschap bewijsmateriaal heeft gepresenteerd waarvan zij wist dat het vals was.

Slechts 32 procent van de ondervraagden gelooft dat de regering helemaal eerlijk is geweest over het Iraakse wapenarsenaal. De aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak was de belangrijkste reden waarom de Verenigde Staten en Groot-Brittannië Irak op 20 maart aanvielen. Maar nu, meer dan drie maanden nadien, is er nog steeds niets gevonden dat zou kunnen wijzen op de aanwezigheid van dergelijke wapens.

Meer dan zes van de tien Amerikanen (63 procent) willen dat er een parlementair onderzoek komt naar de vraag hoe de inlichtingendiensten aan hun informatie kwamen.

De onderzoekers vroegen de Amerikanen ook nog over de vermeende banden van Saddam Hussein met al-Qaeda, het terreurnetwerk van Osama bin Laden. 56 procent zei te geloven dat de regering-Bush de waarheid had opgesierd of zelfs had gelogen.

Een op de drie ondervraagden is nu van mening dat de VS fout zaten met de invasie in Irak. In mei was dat nog 22 procent.