DEN HAAG - De agressie tegen bestuurders, controleurs en andere medewerkers van het openbaar vervoer is in het afgelopen jaar toegenomen. Bijna driekwart (73 procent) van hen kreeg te maken met lichte tot ernstige incidenten tegen 62 procent in het jaar daarvoor.

Dat blijkt dinsdag uit een concept van een onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Verkeer en Waterstaat onder 2000 bus-, tram- en metromedewerkers van vijftien vervoersbedrijven. Treinpersoneel deed niet mee aan de enquête.

In de helft van de gevallen betreft het zwaardere incidenten als mishandeling, diefstal en bedreiging. Bij de rest gaat het om lastigvallen en pesten. Metromedewerkers krijgen het vaakst te maken met agressieve passagiers en buspersoneel het minst.

Mishandeling

Van de metromedewerkers krijgt 60 procent te maken met de ergste en ook strafbare vormen van agressie, zoals mishandeling en bedreiging. Zij geven met 4,9 dan ook het laagste cijfer voor hun veiligheid. Tram- en buspersoneel geeft er een magere zes voor.

Stations

De meeste incidenten doen zich voor bij centraal stations en op werkdagen tussen zeven uur 's ochtends en half tien 's avonds. Het personeel voelt zich juist op zaterdag het minst veilig. Opvallend is ook dat minder ondervraagden zich onveilig of zeer onveilig zegt te voelen: dat daalde in de afgelopen twaalf maanden van 58 naar 52 procent.

Camera's, pepperspray en handboeien

Als oplossing zien de openbaarvervoermedewerkers het liefst meer camera's die de passagiers in de gaten houden, een betere bescherming van hun bestuurdersplaats en een beter intern communicatiesysteem. Sommigen pleiten ook voor handboeien en pepperspray om zich te verdedigen.

Bestuurder R. van Baden van FNV Bondgenoten is geschokt door en verontrust over de stijging van het aantal daadwerkelijk incidenten. "De maatregelen van de afgelopen jaren hebben kennelijk onvoldoende gewerkt."

Volgens hem is het gissen naar de oorzaak van de toename. "Iedereen heeft het altijd over de verruwing van de maatschappij, maar het gaat ook om het openbaarvervoerproduct zelf. De dienstverlening wordt minder, conducteurs, controleurs en informatiepunten worden weggesneden."

Volgens Van Baden maakt de kaalslag "het product kwetsbaar en het personeel dus ook". Volgens hem moeten partijen snel om de tafel gaan zitten om stevig te werken aan de kwaliteitscriteria.