DEN HAAG - Jaarlijks belanden 12.000 kinderen van 0 tot 14 jaar op de spoedeisende hulp na een ongeluk met een speeltoestel. Bijna een op de tien wordt vervolgens in het ziekenhuis opgenomen.

Bij zes op elke tien ongevallen hebben de kinderen iets gebroken.

Er gebeuren net zo veel ongelukken met jongens als met meisjes, blijkt uit onderzoek dat de Stichting Consument en Veiligheid heeft uitgevoerd op verzoek van de Voedsel en Waren Autoriteit.

Leeftijd

Wel is er verschil naar leeftijd. Ruim de helft van de slachtoffers is tussen de 5 en 9 jaar. Ruim een kwart is onder de 5 en 18 procent is tussen de 10 en 14 jaar.

De kinderen vallen, struikelen of botsen bij het spelen tegen elkaar op. Ze geven vaak zelf aan dat het ongeval hun eigen schuld is. Bijna de helft zegt dat zij het zelf hadden kunnen voorkomen. Maar ze geven ook wel anderen de schuld.

Stuk

Het ligt zelden aan het speeltoestel. Slechts in 2 procent van de gevallen was het toestel stuk en bij 5 procent was er sprake van een versleten ondergrond.

Veel ongevallen gebeuren met klimtoestellen en met glijbanen. Maar omdat niet precies bekend is hoeveel en wat voor speeltoestellen er in Nederland zijn, kan niet worden gezegd of kinderen op klimtoestellen en glijbanen meer risico lopen dan op andere speeltoestellen.

Meer toezicht kan helpen het aantal ongevallen te beperken.