MOSKOU - De Russische schrijver en Nobelprijswinnaar Aleksander Solzjenitsyn is op 89-jarige leeftijd in Moskou overleden. Dat meldde het Russische persbureau Itar-Tass maandagmorgen (lokale tijd) op gezag van zijn zoon Stepan.

De voormalige Russische dissident was al maanden niet meer in de openbaarheid verschenen. Hij overleed aan een hartverlamming.

Solzjenitsyn kreeg in 1970 de Nobelprijs voor Literatuur. Zijn meesterwerk is de Goelag Archipel waarvan het eerste deel in 1973 verscheen. Daarin beschrijft hij de verschrikkingen in de werkkampen in de toenmalige Sovjet-Unie.

Uitgewezen

In 1974 werd Solzjenitsyn uitgewezen. Hij leefde jarenlang in de Verenigde Staten. Onder Sovjetleider Michael Gorbatsjov mochten zijn boeken weer verschijnen en in 1990 kreeg hij zijn staatsburgerschap terug.

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie keerde hij in 1994 naar Rusland terug.

Gezondheid

Solzjenitsyn kampte al enige jaren met een slechte gezondheid. Vorig jaar zocht president Vladimir Poetin hem persoonlijk in zijn huis op, om hem te bedanken voor zijn inspanningen voor Rusland.

Solzjenitsyns vrouw Natalja nam eerder voor haar man in het Kremlin uit handen van Poetin de Staatsprijs voor Humanitaire Verdiensten in ontvangst.

Kritiek

Solzjenitsyn werd in de Tweede Wereldoorlog, waarin hij als kapitein van de artillerie diende, gearresteerd vanwege de kritiek die hij in een brief uitte op het toenmalige regime van Jozef Stalin. Hij bracht daarop zeven jaar in een werkkamp in Kazachstan door en nog drie in interne ballingschap.

Over die periode schreef hij in 1962 in de korte novelle Een Dag in het Leven van Ivan Denisovitsj, dat zich afspeelt in een werkkamp en waarin hij opnieuw stevig uithaalt naar Stalin.

Hierna werd hij gedwongen zijn werk in het geheim voort te zetten en werden werken als De Goelag Archipel alleen nog in het buitenland uitgebracht.

Nobelprijs

In 1970 won Solzjenitsyn de Nobelprijs voor de literatuur en vier jaar later werd hij uit de Sovjet-Unie verbannen. Toen hij in 1994 in Rusland terugkeerde, trof hij daar tot zijn verdriet een puinhoop aan.

Door zijn afkeer van het Rusland van de jaren negentig in combinatie met zijn nationalistische gevoelens en de hoop op een wederopstanding van het eens zo machtige rijk kwam hij op vriendschappelijke voet te staan met president Vladimir Poetin, ondanks diens KGB-verleden.

Periode

De schrijver liet zich na zijn terugkeer herhaaldelijk zeer kritisch uit over de chaotische periode in de jaren negentig, maar prees Poetins krachtige optreden en diens inspanningen de Russische eenheid te bewaren. Over de andere Russische leiders sinds de val van het communisme was hij een stuk minder positief.

Gorbatsjov beschuldigde hij ervan te hebben gecapituleerd aan het Westen, terwijl diens opvolger Boris Jeltsin volgens hem leiding gaf aan de grootschaligste diefstal van staatseigendommen ooit.