JERUZALEM - De Israëlische premier Ehud Olmert stopt ermee. Dat zal hij woensdagavond aankondigen tijdens een openbare toespraak in zijn residentie in Jeruzalem, meldden Israëlische media kort voor Olmert zijn toespraak begon.

De politicus zal zich niet meer herkiesbaar stellen voor het leiderschap van de Kadima-partij.

In zijn aankondiging af te treden, heeft de Israëlische premier Ehud Olmert de "onophoudelijke" aanvallen op zijn persoon gelaakt. Als regeringsleider staat hij "niet boven de wet, maar ook niet onder de wet", aldus Olmert.

Hij benadrukte zijn onschuld na aantijgingen dat hij in vijftien jaar ongeveer 150.000 dollar van de Amerikaan Morris Moshe Talansky zou hebben aangenomen. "Ik heb uitvoerige en bevredigende antwoorden op alle verwijten", aldus Olmert woensdagavond tegen journalisten.

Herhaaldelijk

De Israëlische politie had Olmert in mei herhaaldelijk ondervraagd over zijn mogelijke betrokkenheid bij een omkopingsschandaal. Het Openbaar Ministerie verdenkt de gewezen burgemeester van Jeruzalem ervan "gedurende langere perioden significante hoeveelheden geld te hebben aangenomen van een of meerdere buitenlandse individuen".

Zakenman

Olmert ontkende eerder al iets verkeerd te hebben gedaan. Wel gaf hij toe geld te hebben gekregen van de zakenman Talansky voor zijn campagnes in 1993 en 1998 voor de burgemeestersverkiezingen in Jeruzalem. Ook kreeg hij financiële steun voor zijn poging in 1999 de leider te worden van de Likud-partij. Die poging mislukte.