AMSTERDAM - De 62-jarige A.C., alias de Taartman, moet 782.770 euro betalen aan de staat. De rechtbank in Amsterdam bepaalde vrijdag dat de Amsterdamse banketbakker dit bedrag moet hebben verdiend met hasj- en cocaïnehandel in de jaren negentig. Hij kreeg hiervoor eerder negen jaar celstraf.

C. zette een hasjlijn op tussen Sri lanka en Nederland. Vanuit Latijns-Amerika smokkelde hij cocaïne naar Nederland. Dat ging via een vruchtensappenhandelaar (de Sapman) uit België. De banketbakker hield vol dat hij sappen via de Belg betrok voor zijn yoghurttaarten. C. speelde een porminente rol in de IRT-affaire en dankt daaraan zijn naam als Taartman.

Het Openbaar Ministerie vorderde twee weken geleden 998.316 euro van C. Volgens officier van justitie J. van Leijen beschikt de banketbakker nog over genoeg vermogen om de vordering te betalen. Als C. niet betaalt, moet hij voor ruim vier jaar (50 maanden) de cel in.

De bankerbakker heeft zijn straf van negen jaar er nog niet helemaal op zitten, maar is wel uit de gevangenis. Onder elektronisch toezicht ondergaat hij het laatste deel van zijn straf buiten.