HAARLEM - "Wij hebben nog nooit van ons leven sterretjes uitgedeeld. Ik heb die avond alleen maar sterretjes van een aantal mensen afgepakt, gedoofd en weggegooid." Dat zei R. Zwarthoed dinsdagochtend voor de rechtbank in Haarlem.

De 27-jarige barkeeper uit Volendam was als getuige opgeroepen in de strafzaak rond de cafébrand in Volendam in de nieuwjaarsnacht van 2001. Door de brand kwamen veertien jongeren om het leven en raakten er bijna driehonderd gewond.

Tassen met sterretjes

Zwarthoed werkte die fatale avond ook achter de bar. Hij zag een aantal jongens met twee tassen met sterretjes De Hemel binnenkomen. "Op het moment dat ik een jongen met twee bossen brandende sterretjes in zijn handen zag staan, heb ik die afgepakt, in de spoelbak gedoofd en weggegooid. Toen ik me omdraaide, stond het plafond in de fik", vertelde Zwarthoed, die door het vuur verwondingen opliep aan rug, nek en arm.

Door de sterretjes vloog de kerstversiering die aan het plafond van De Hemel hing in brand. Hierop volgde een korte maar felle brand. Zwarthoed wist op de tast de nooduitgang te vinden.

Tegenstrijdig

Rechtbankvoorzitter R. Toeter houdt de Volendammer voor dat er getuigen hebben verklaard dat het barpersoneel die avond wel sterretjes heeft uitgedeeld. Zwarthoed: "Zij weten donders goed dat dat niet zo is. Uit de groep van de jongens die sterretjes bij zich had, zijn er drie overleden." Hij vermoedt dat zij de slachtoffers in bescherming willen nemen. "Laat ze dat hier dan nog maar eens verklaren. Maar het kan dus best zijn dat ze mij met sterretjes in de hand hebben gezien."

De barkeeper verdedigde zijn ouwe baas, de 56-jarige J.V. (Veerman) waarvoor hij zeven jaar heeft gewerkt, met verve. Volgens hem was de verdachte een strenge baas die zijn personeel aansprak op hun gedrag en hen wees op de veiligheidheidsvoorschriften. V. had volgens Zwarthoed de leiding over de bar en het personeel.

Als hij er niet was, was de 35-jarige J.V. de baas over het spul. Zij worden samen met de 26-jarige dochter van V. verdacht van brand en dood door schuld en het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel. De drie zouden maximaal zestien maanden celstraf kunnen krijgen.