DEN HAAG - Het Joegoslavië-Tribunaal doet donderdag voor het eerst een uitspraak over oorlogsmisdaden in Macedonië. Eerder wees het tijdelijke VN-hof in Den Haag vonnissen over gruweldaden in Bosnië, Kroatië en Kosovo in de jaren negentig van de vorige eeuw.

Macedonië daarentegen leek in eerste instantie te ontsnappen aan het bloedvergieten dat gepaard ging met het uiteenvallen van Joegoslavië.

Terwijl Slovenië, Kroatië en Bosnië verzeild raakten in bloedige afscheidingsoorlogen, gooide president Gligorov (foto) van de Joegoslavische deelrepubliek Macedonië het na een onafhankelijkheidsreferendum in 1991 op een akkoordje met president Slobodan Milosevic van Servië, destijds de sterke man in Belgrado. Die liet Macedonië gaan, zonder oorlog.

UÇK

In 2001 haalde het Balkangeweld het vreedzaam onafhankelijk geworden Macedonië echter alsnog in. Evenals eerder in het naburige Kosovo zetten etnische Albanezen een guerrillaleger op onder de naam UÇK. Dat raakte slaags met het regeringsleger dat gedomineerd wordt door de Slavisch-Macedonische meerderheid, die etnisch verwant is aan Bulgaren en Serviërs.

De zwaar gewapende UÇK-guerillastrijders stonden op een gegeven moment op zo'n 10 kilometer van het centrum van de hoofdstad Skopje en controleerden meer dan 20 procent van het Macedonische grondgebied.

Tanks

De regering in Skopje sloeg terug en zette zware wapens als tanks, artillerie, helikopters en vliegtuigen in tegen de Albanezen. De strijd eiste vele tientallen levens. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, de EU en de NAVO toonden zich erg bezorgd over het conflict. Na internationale bemiddeling werd in augustus 2001 het vredesakkoord van Ohrid gesloten.

Beklaagden in de eerste en enige Macedonië-zaak voor het Haagse tribunaal zijn de toenmalige Macedonische minister van Binnenlandse Zaken, Ljube Boskoski (47), en een lijfwacht van het ministerie, Johan Tarculovski (33), allebei leden van de Slavisch-Macedonische meerderheid.

Ljuboten

Zij worden medeverantwoordelijk gehouden voor moorden, mishandeling en vernietiging van eigendommen tijdens een overval van Macedonische politie-eenheden op het voornamelijk Albanese dorp Ljuboten op 12 augustus 2001.

De tenlastelegging noemt onder meer de zaak van de 33-jarige Albanees Rami Jusufi. Hij deed op die zondagochtend in pyjama de deur open. Een agent schoot hem zonder waarschuwing in zijn buik; hij overleed twee uur later. Een ander van de in totaal zeven dodelijke slachtoffers in Ljuboten was een 5-jarig kind.

Onschuldig

De VN-aanklagers hebben vijftien jaar cel geëist tegen Tarculovski en twaalf jaar tegen Boskoski. Tarculovski is berecht voor zijn eigen daden, Boskoski voor zijn verantwoordelijkheid als commandant. De verdachten zeggen onschuldig te zijn.

Veronderstelde oorlogsmisdaden van de Albanese minderheid laat het tribunaal over aan de Macedonische justitie. Het is uniek dat het VN-hof alleen de misdaden van één kant berecht: na de oorlogen in Bosnië, Kroatië en Kosovo heeft het tribunaal de misdaden van alle belangrijke plaatselijke conflictpartijen aan de orde gesteld.