PARAMARIBO - De zogenoemde Decembermoorden in 1982 in Suriname door het militaire regime van Desi Bouterse vonden mogelijk al allemaal in de nacht van 7 op 8 december en gedurende 8 december plaats.

Algemeen werd aangenomen, ook in officiële onderzoeksrapporten, dat de moorden, of een groot deel ervan, een nacht later waren. Maar nu blijkt dat alle slachtoffers waarschijnlijk op 8 december al allemaal dood waren.

Tijdens het strafproces over de moorden vrijdag in Suriname bleek dat enkele getuigen op de ochtend van 8 december al stoffelijke overschotten hebben gezien van personen die in de nacht daarvoor waren opgepakt.

Naarendorp

Ook de verklaring van ex-minister Harvey Naarendorp als getuige leek daarop te duiden. Hij zei dat garnizoenscommandant Roy Horb hem op 8 december om ongeveer 21.00 uur ronduit meedeelde dat de vijftien personen die in het Fort Zeelandia gevangen zaten, op dat tijdstip niet meer in leven waren.

Naarendorp moest van Horb, die de tweede man was in de militaire leiding, een oorlogsverklaring opstellen om de moorden te verbloemen.

Naarendorp behoort overigens ook tot de ruim twintig verdachten in het proces.

Nabestaanden

Sommige getuigenverklaringen kwamen schokkend over bij de nabestaanden in de rechtszaal omdat zij nieuwe informatie te horen kregen over de moorden op hun verwanten. Toch zeiden de nabestaanden blij te zijn dat de inhoudelijke behandeling van het strafproces na bijna 26 jaar eindelijk is begonnen.

De belangstelling voor de zitting in het gerechtsgebouw op de marinebasis in Boxel bij Paramaribo was erg groot.

Marathonzitting

Na de marathonzitting van ongeveer twaalf uur, besloot de krijgsraad dat het proces op 1 augustus wordt voortgezet.

Bij het proces gaat het om de moord op vijftien vooraanstaande personen die tegenstanders waren van het militaire Bouterse-regime. Hoofdverdachte Bouterse was niet gedagvaard voor de zitting van vrijdag.

Verdachten

Vier verdachten, onder wie twee ex-militairen, en acht getuigen moesten voor de krijgsraad verschijnen. De getuigen moesten de verklaringen, die ze tijdens het gerechtelijk vooronderzoek hadden afgelegd, toelichten.