BANJA LUKA - De regering van de Republika Srpska (RS), één van de twee entiteiten waar Bosnië uit bestaat, gaat Nederland aanklagen.

Volgens premier Milorad Dodik van de RS heeft het Nederlandse UNPROFOR-bataljon tijdens de Bosnische burgeroorlog nagelaten de inwoners van de rond Srebrenica gelegen Servische dorpen te beschermen tegen aanvallen van de Bosnische moslims.

Dat meldde de onafhankelijke zender Radio B92 in Belgrado vrijdag. Eerder al werd Nederland aangeklaagd door organisaties van nabestaanden van Bosnische moslims uit Srebrenica.

Srebrenica

Tijdens de burgeroorlog in Bosnië, tussen 1992 en 1995, kwamen bij aanvallen rond Srebrenica duizenden Serven om het leven.

De UNPROFOR-militairen stonden drie jaar lang de moslimstrijders toe om vanuit de door UNPROFOR beschermde zone "dood en verderf te zaaien onder de Servische bevolking", aldus Dodik.

Geweld

Volgens B92 zei voorzitter Igor Radojicic van het Bosnisch-Servische parlement vrijdag geweld te vrezen bij de herdenkingsplechtigheid in Potocari waar vrijdag 11 juli de moslim-slachtoffers uit 1995 worden herdacht.

Donderdag werd de Bosnische moslim Naser Oric wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken door het Joegoslavië-Tribunaal. Oric zou als leider van de verdedigers van Srebrenica in 1992 en 1993 niets hebben gedaan om martelingen of nieuwe moorden op gevangengenomen Serviërs te voorkomen.

Radojicic

Parlementsvoorzitter Radojicic zei begrip te hebben voor de verbittering over de vrijspraak bij degenen die direct door de vermeende misdaden van Oric en zijn mensen getroffen zijn.

"Toch roep ik de bevolking in het gebied op om rustig te blijven. Verstoring van de openbare orde komt niemand ten goede", aldus Radojicic.