DEN HAAG/ARNHEM - De vanzelfsprekendheid dat een veroordeelde vrijkomt als hij twee derde van zijn gevangenisstraf heeft uitgezeten, is er vanaf 1 juli niet meer.

Op die datum gaat de Wet voorwaardelijke invrijheidstelling (VI) in, waardoor veroordeelden alleen eerder vrijkomen als ze zich goed hebben gedragen.

Als ze uit de gevangenis mogen, houdt justitie hen bovendien in de gaten. De overheid hoopt onder meer dat ex-gedetineerden daardoor niet meer zo vaak in herhaling vervallen.

Beoordeling

Het Openbaar Ministerie (OM) verwacht volgend jaar bij circa duizend zaken te beoordelen of bijzondere voorwaarden opgelegd moeten worden aan iemand die voorwaardelijk wordt vrijgelaten, zegt Elisabeth Julsing-Nijenhuis, projectleider bij het OM voor de invoering van de wet.

Daarna gaat het om minimaal 1650 zaken per jaar. Voor iedere VI-gestelde geldt dat de rest van de straf moet worden uitgezeten als hij in de 'vrije' periode opnieuw een strafbaar feit pleegt.

Gedetineerden

Met de wet moeten gedetineerden in de gevangenis al rekening houden. Gevangenen die zich tijdens hun detentie misdragen, bijvoorbeeld doordat ze proberen te ontsnappen, worden óf niet op twee derde van de straf voorwaardelijk vrijgelaten óf pas later. Het OM moet dit voorleggen aan de rechter.

Personen die een celstraf krijgen van minimaal één jaar, moeten zich aan specifieke voorwaarden houden als ze de gevangenispoort uitlopen. Het OM kan bijvoorbeeld een gebiedsverbod opleggen of iemand een cursus laten volgen.

Worden de voorwaarden niet nageleefd, dan moet de veroordeelde terug naar de gevangenis om de rest van zijn straf uit te zitten. Veroordeelden met straffen van minder dan een jaar komen niet in aanmerking voor VI.

Reststraf

Een inmiddels vrije veroordeelde moet de rest van zijn straf alsnog uitzitten als hij opnieuw een strafbaar feit pleegt in zijn proeftijd.

De 'reststraf' komt dan bovenop de straf die hij eventueel van de rechter voor het nieuwe misdrijf krijgt.

Straf

De officieren van justitie en in hoger-beroepszaken de advocaten-generaal van het OM moeten rekening houden met de VI wanneer ze een straf eisen.

"Je moet goed uitrekenen hoe lang iemand daadwerkelijk in de gevangenis zit", zegt projectleider Julsing-Nijenhuis, die advocaat-generaal is bij het gerechtshof in Arnhem.