AMSTERDAM - Prinses Margarita mag wellicht niet de adelijke titel prinses voeren. Dat steltoud-hoogleraar H.U. Jesserun d'Oliveira in de Volkskrant van maandag.d'Oliveira zegt in de Volkskrant "Hun titels zijn met andere woordenaanstootgevende en schadelijke fake."

Volgens de Wet op de adeldom mochtMaragarita's vader Carel Hugo de Bourbon de Parme niet tot de Nederlandse adelworden toegelaten omdat hij in het buitenland helemaal niet van adel is.Margarita kan haar adelijke titel niet ontlenen aan haar moeder prinses Ireneomdat zij geen lid is van het Koninklijk Huis.

Koningin Beatrix heeft bij Koninklijk Besluit de kinderen van Carel Hugo deBourbon de Parme in 1996 ingelijfd in de Nederlandse adelstand. Volgensd'Oliveira ontbreekt elke grondslag daarvoor, en noemt dit'belangenverstrengeling.' Carel Hugo de Bourbon de Parme werd in 1979 totSpanjaard genaturaliseerd. Daarvoor was hij Fransman. In Spanje mag De Bourbongeen adelijke titel voeren. Feitelijk heeft hij dus geen recht op een adelijketitel en zijn kinderen ook niet.

De interviewserie die prinses Margarita en haar man Edwin de Roy van Zuydewijnin weekblad HP/ De Tijd gaven zal binnenkort in boekvorm verschijnen. Het boekzal nog deze zomer in de winkel liggen. De vierdelige interviewserie die hetpaar deed met journalist Thieu Vaessen zorgde voor veel opschudding, en leiddezelfs tot een Kamerdebat. Zo verklaarde het paar dat zij werden afgeluisterd,dat het Koninklijk Huis een lastercampagne tegen het paar onderhield en dat deBVD De Roy had doorgelicht toen hij in beeld kwam als mogelijkehuwelijkspartner van Margarita.

Margarita en De Roy dienden tevens aanklachten in tegen premier Balkenende envoormalig bewindslieden Zalm, De Vries en Kok, en startten een rechtszaak tegenkoninklijke bankier Mees Pierson omdat er ten onrechte geld van hun rekeningzou zijn afgeboekt. Die zaak verloren zij overigens. Het boek, dat Oranjebitterals titel meekrijgt, zal behalve de interviewreeks ook de voorgeschiedenis vande reeks, niet eerder gepubliceerde documenten, foto's en een beschouwing overde consequenties van de affaire voor de monarchie bevatten.