UTRECHT - De inlichtingencapaciteit van de Nederlandse militairen in de Afghaanse provincie Uruzgan wordt de komende tijd verder uitgebreid.

Volgens minister van Defensie Eimert van Middelkoop is dit nodig als antwoord op de aanpak van de Taliban en om het maken van slachtoffers onder de burgerbevolking te voorkomen.

"We zetten een zo groot mogelijk inlichtingenapparaat in om onderscheid te kunnen maken tussen 'boef en burger'," zegt Van Middelkoop in een interview dat maandag onder meer in het Nederlands Dagblad staat.

Volgens de krant wordt ook het aantal Nederlandse commando's verder uitgebreid, maar volgens een woordvoerder van Defensie is dat "te kort door de bocht".

Rekken

De tegenstanders in Uruzgan rekken de strijd en gaan directe militaire confrontaties uit de weg, stelt de ChristenUnie-bewindsman.

Met meer onbemande vliegtuigjes en elitekorpsen die in kleine eenheden opereren om inlichtingen te verzamelen, kan naar zijn zeggen zo precies mogelijk onderscheid worden gemaakt tussen 'boef en burger'.

Taliban

"De Taliban lokt ons uit onze eigen regels te schenden door de kans te vergroten burgerslachtoffers te maken en daarmee onze eigen geloofwaardigheid te ondermijnen. Dit moeten we voorkomen", stelt Van Middelkoop.

Over de 'instrumentering' en de technische middelen weidt de minister niet verder uit. De vliegtuigjes, zegt hij wel, zijn ook belangrijk voor het identificeren van bermbommen, omdat vanuit de lucht te zien is of land kortgeleden is omgeploegd. "Ook special forces zijn een vorm van precisiewerk.

Zij gaan met kleine eenheden het land in, de klassieke verspieders die inlichtingen verzamelen. Het is dé manier om effectief te zijn, niet alleen puur militair, maar ook juridisch en moreel. En waarop je dus voor jezelf geloofwaardig kunt blijven."

Van Middelkoop spreekt maandag in Utrecht op een symposium georganiseerd door de Vereniging voor Christenhistorici, in samenwerking met de universiteiten van Utrecht en Leiden, over het thema 'rechtvaardige oorlog'.