DEN HAAG - De politie houdt te weinig hooligans aan die zich misdragen rondom voetbalwedstrijden. Voor zover de vandalen wel worden opgepakt, blijkt dat ze niet consequent gestraft worden.

"Als er iets gebeurt, moet de pakkans omhoog. Dingen die eigenlijk niet mogen, worden nu nog door de vingers gezien." Dat zei voorzitter Margo Vliegenthart van het Auditteam Voetbalvandalisme woensdag bij de presentatie van een rapport over hooligans.

Vliegenthart weet niet exact welk deel van de voetbalvandalen wordt opgepakt. Wel is duidelijk dat van de aangehouden hooligans 60 procent wordt vervolgd. Driekwart van hen is voor het eerst in de fout gegaan, hetgeen doorgaans wordt bestraft met een stadionverbod.

Escalatie

Het auditteam wijt het beperkt aantal aanhoudingen onder meer aan de afspraak dat de politie rond voetbalwedstrijden vooral probeert escalatie te voorkomen. "Met de inzet van minder politiemensen is het ook lastiger geworden om gericht supporters op te pakken", constateert Vliegenthart. Bovendien worden de vastgestelde tolerantiegrenzen niet consequent gehandhaafd.

Bezoekers

Bij de bestraffing van supporters blijkt dat de aanhang van een bezoekende club vaak makkelijker wegkomt dan het thuispubliek. Dat heeft er volgens Vliegenthart mee te maken dat van bezoekende supporters minder persoonsgegevens voorhanden zijn. Ook zijn er verschillen omdat supporters in de ene stad civielrechtelijk worden aangepakt, terwijl andere steden gebruikmaken van het strafrecht of een combinatie.

Grenzen

Vliegenthart vindt dat de tolerantiegrenzen bij alle stadions gelijk moet zijn, zowel voor het thuispubliek als voor de bezoekers. De veiligheidsorganisaties van voetbalclubs moeten ook beter overleggen met de politie, "zodat goed duidelijk is wie nu eigenlijk de raddraaiers zijn".

Voetbalvandalen zouden ook bij elke rechtbank een soortgelijke strafeis moeten horen. In combinatie met een vaste groep rechters die de hooligans veroordelen, kan dat meer consistentie brengen in de strafvervolging.

Gat dichten

De hoogste ambtenaar die zich op het ministerie van Binnenlandse Zaken bezighoudt met veiligheid schaarde zich woensdag grotendeels achter de conclusies van Vliegenthart. "Het gat tussen afspraken en de naleving daarvan moet verder gedicht worden", aldus directeur-generaal Dick Schoof. "Dit rapport is een belangrijke stap voorwaarts in die richting."