DEN HAAG - De Tweede Kamer maakt zich zorgen over de rol van leraren bij de invoering van een nieuwe lesmethode in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Vanaf 2010 moet het onderwijs zich meer richten op de vaardigheden van leerlingen.

Staf Depla van de PvdA en Tofik Dibi van GroenLinks willen dat scholen de lesmethode pas invoeren als een meerderheid van de leraren het daarmee eens is, aldus de Kamerleden woensdag. Ook andere partijen uiten hun zorgen.

SP'er Nathalie de Rooij stelt vast dat er verdeeldheid onder leraren is. Volgens haar heeft staatssecretaris Marja van Bijsterveldt van Onderwijs onvoldoende onderzocht hoe leraren over het zogeheten competentiegericht onderwijs denken.

Ook CDA-Kamerlid Jack Biskop vraagt zich af hoe Van Bijsterveldt het draagvlak onder docenten gaat verhogen. Tot nu toe betrekken scholen hun docenten te weinig bij de nieuwe lesmethode, vindt hij. Soortgelijke kritiek uitte de commissie-Dijsselbloem ook al over vorige vernieuwingen in het onderwijs.

Meerderheid

Volgens de staatssecretaris blijkt uit onderzoek dat een ruime meerderheid van de leraren de gedachte achter het competentiegericht leren ondersteunt.

Leerlingen worden door de methode bijvoorbeeld beter voorbereid op de praktijk. De kritiek spitst zich volgens haar toe op de manier waarop de lesmethode wordt ingevoerd.

Eisen

De staatssecretaris gaat daarom eisen stellen aan de plannen die scholen daarvoor opstellen. "Ik wil dat docenten en studenten betrokken worden bij de plannen", aldus Van Bijsterveldt. Eerder kondigde zij aan dat scholen die achterlopen bij de voorbereiding, de lesmethode niet in 2010 hoeven in te voeren.

Vorig jaar stelde Van Bijsterveldt de introductie van het competentiegericht onderwijs in het mbo al met twee jaar uit. Tot augustus 2010 kunnen scholen op vrijwillige basis ervaring met de nieuwe methode opdoen.