ROTTERDAM - De politie heeft nieuwe aanhoudingen verricht in het onderzoek naar liquidaties in het criminele circuit.

Dat liet het Openbaar Ministerie (OM) uit Amsterdam dinsdag doorschemeren tijdens een pro forma zitting in de strafzaak tegen Ali A. en Sjaak B..

Deze twee mannen worden verdacht van betrokkenheid bij diverse liquidaties in de onderwereld, dan wel plannen daartoe.

Toelichting

Een woordvoerder van het OM zei na afloop van de zaak geen verdere toelichting op de arrestaties te kunnen geven.

Hij wilde ook niet ingaan in welk onderzoek of welke onderzoeken de aanhoudingen zijn verricht.

Opheffing

De advocaten van A. en B. vroegen de rechtbank dinsdag om opheffing van het voorarrest van hun cliënten. Zij menen dat politie en justitie sinds de vorige zitting van 18 april geen nieuw bewijs hebben vergaard.

De rechtbank had toen aangegeven dat het OM haast moest gaan maken met het vergaren van bewijs dat de belastende verklaringen van kroongetuige 'Peter' la S. ondersteunt. Ze zitten namelijk allebei al ruim een jaar vast.

Probleem bij de verklaringen van La S. is dat hij veel informatie van horen zeggen heeft en wel van Jesse R., een van de hoofdverdachten in dit liquidatieproces.

Verklaringen van horen zeggen moeten worden geschraagd door ander bewijs. Dat lijkt in de zaken tegen A. en B. niet voor het opscheppen te liggen.

Leverancier

Justitie ziet Sjaak B. als de leverancier van wapens die bij de criminele afrekeningen op kroegbaas Thomas van der Bijl en vastgoedhandelaar Kees Houtman zijn gebruikt.

Het OM denkt dat Ali A. bij diverse moorden heeft gefungeerd als 'makelaar' tussen opdrachtgever(s) en uitvoerders. Ook zou hij er een eigen dodenlijst op na hebben gehouden.

Inhoudelijke behandeling

De inhoudelijke behandeling van de zaak tegen A. en B. stond voor het najaar gepland. Maar die planning blijkt niet haalbaar, liet het OM weten.

Officier van justitie Betty Wind hoopt dat de inhoudelijke behandeling van deze zaak nu de eerste helft van volgend jaar kan plaatsvinden.

De rechtbank neemt 20 juni een besluit of A. en B. in voorarrest moeten blijven of op vrije voeten komen.