DEN HAAG - Honderdduizenden gebruikers van medicijnen zullen binnenkort overstappen op pillen van een ander merk. Dat is een gevolg van de uitspraak van het gerechtshof in Den Bosch.

De rechter stond de zorgverzekeraars toe alleen de goedkoopste variant van een medicijn te vergoeden. Maar de verzekeraars mogen daarover onderling geen prijsafspraken maken.

De uitspraak betekent dat zorgverzekeraars het voorkeursbeleid dat zij voor een aantal geneesmiddelen hanteren, kunnen voortzetten. Dat houdt in dat ze elk half jaar per werkzame stof het goedkoopste middel aanwijzen. Zij vergoeden dat merk. Een duurder alternatief moet de patiënt zelf betalen.

Ruzie

Met de uitspraak komt een voorlopig einde aan de ruzie tussen de Bogin, de bond van de generieke geneesmiddelenindustrie, en de verzekeraars. De Bogin overweegt in cassatie te gaan, zei voorzitter Frank Bongers woensdag.

Door de vergoedingen te drukken, zullen de zorgpremies minder stijgen, zeggen de verzekeraars. Bogin eiste in hoger beroep vergeefs een verbod op het voorkeursbeleid dat vijftien zorgverzekeraars willen voeren voor een groot aantal medicijnen.

Varianten

Van sommige geneesmiddelen bestaan wel dertig varianten die dezelfde werkzame stoffen bevatten in dezelfde hoeveelheden, maar die in prijs sterk verschillen. Nu de zorgverzekeraars het goedkoopste middel mogen vergoeden, worden de fabrikanten en apothekers gedwongen de prijzen te verlagen.

Bongers vreest dat de fabrikant die de goedkoopste middelen biedt een te overheersende marktpositie zal krijgen. Door elk half jaar opnieuw de actuele prijslijst te bekijken, denken de verzekeraars een monopolie te voorkomen.