GRONINGEN - Te veel donororganen worden niet gebruikt, omdat de eisen voor de opslag te streng zijn. Verbeteringen daarin kunnen ertoe leiden dat de criteria die aan donoren worden gesteld, kunnen worden verruimd zonder dat dat tot een stijging van het aantal afgekeurde organen leidt.

Dat schrijven vier onderzoekers van het Universitair Medisch Centrum Groningendeze week in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Uit onderzoek is gebleken dat in Europa een op de twintig gedoneerde nieren uiteindelijk niet wordt gebruikt. In de Verenigde Staten is dat zelfs op een op de zeven.

Op 31 december 2007 wachtten in Nederland 1284 patiënten op een transplantatie.

Kwaliteit

Volgens de onderzoekers zouden de wachtlijsten voor transplantatie makkelijk verkort kunnen worden als organen van iets slechtere kwaliteit worden ingezet. "Door de vergrijzing wordt de leeftijd van donoren ouder, en dat betekent dat de organen die zij ter beschikking stellen van mindere kwaliteit zijn", zo zeggen zij tegen de Telegraaf.

Bewaard

Organen moeten na uitname en tijdens het transport naar de transplantatiepatiënt goed worden bewaard. Op dit moment wordt voornamelijk de methode van de statische koude preservatie gebruikt.

Die beperkt zich tot het uitspoelen van bloed, het koelen van het donororgaan en het verpakken van het orgaan in ijs. Direct nadat de donor is overleden, begint het orgaan onder meer door gebrek aan zuurstof af te takelen. Dat kan ertoe leiden dat organen van mindere kwaliteit snel onbruikbaar raken.

Bovendien zijn de meeste organen afkomstig van hersendode donoren. In het lichaam van de ontvanger leidt dat sneller tot afstotingsreacties.

Bewaard

De onderzoekers pleiten ervoor organen te bewaren volgens een methode waarbij organen niet alleen gekoeld worden, maar er ook een zuurstofhoudende vloeistof in rondgepompt wordt. Daarmee wordt voorkomen dat het gebrek aan zuurstof het gedoneerde orgaan aantast.

Uit onderzoek blijkt dat de kans dat donornieren onmiddellijk na transplanatie gaan functioneren, daardoor met 20 procent toeneemt. Dat betekent minder dialyse na transplantatie en daardoor een aanzienlijke kostenbesparing.