DEN HAAG - De aanklagers van de voormalige Joegoslavische leider Slobodan Milosevic krijgen nog honderd zittingsdagen om hun zaak te bepleiten. Rechter Richard May van het Joegoslavië-Tribunaal heeft dit dinsdag bekendgemaakt.

Eerder bepaalden de rechters van het tribunaal dat de aanklagers in de zaak tegen Milosevic tot 16 mei de tijd hadden om hun beschuldigingen te onderbouwen. Mede door veelvuldig ziekteverzuim van de nu 61-jarige beklaagde loopt het proces uit. Daarom kregen de aanklagers eerder al 54 dagen extra tot 5 september.

Zij vroegen echter om meer tijd, ten minste tot in januari 2004. Aanklager Geoffrey Nice stelde meer tijd nodig te hebben om al zijn bewijsmateriaal en getuigen over de aanklachten over Bosnië en Kroatië te presenteren. May wilde echter geen nieuwe datum vastleggen. Hij bepaalde daarom dinsdag dat honderd zittingsdagen vanaf 16 mei voor de aanklagers genoeg moeten zijn. In die tijd moeten de aanklagers nog circa 170 van de 350 op te voeren getuigen de revue laten passeren.

Volkerenmoord

Het proces tegen Milosevic wegens volkerenmoord, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden begon 12 februari vorig jaar. De aanklachten ten aanzien van de gebeurtenissen in Kosovo in 1999 zijn de eerste zeven maanden naar voren gebracht. Sinds september behandelen de aanklagers hun zaak inzake Bosnië en Kroatië. Dat gaat over de periode van oorlogen van 1991 tot 1995.

Tijdslimiet

Als de nieuwe tijdslimiet wordt nageleefd, dan moet het proces wat de aanklagers betreft eind dit jaar zijn afgerond. Begin 2004 is de voormalige president aan de beurt om zijn verdediging te onderbouwen.

De tijdsdruk vormt een schaduw over vrijwel elke zitting. Dinsdag bijvoorbeeld claimde Milosevic verongelijkt voor zijn kruisverhoor van een Franse professor veel meer tijd nodig te hebben dan de 3,5 uur die May hem dinsdag toedacht. De aanklagers hebben de Franse professor Renaud de la Brosse maandag en dinsdag als deskundige laten getuigen over de rol van de Servische media in het conflict.

De la Brosse zette uiteen dat Milosevic zelf de belangrijkste media controleerde en intensief misbruikte om de Servische bevolking ervan te overtuigen dat andere bevolkingsgroepen in Joegoslavië, buitenlandse staten en instellingen de Serviërs het recht te leven wilden ontzeggen.

Niet Servische delen van de bevolking werden 'gedemoniseerd' om hun vervolging te bevorderen volgens De la Brosse. Milosevic wierp dinsdag tegen dat de professor niet objectief is en bijvoorbeeld zaken propaganda noemt die Milosevic als feiten ziet.

Het proces tegen Milosevic wordt woensdag voortgezet met de getuigenissen van de voormalige leider van Slovenië, Milan Kucan.