DEN HAAG - Het vakonderwijs moet in ere hersteld worden. Veel meer zwakke leerlingen moeten minder theorie en meer praktijklessen krijgen. Dat heeft een meerderheid van de Tweede Kamer dinsdag gezegd.

Voor zwakke leerlingen bestaat nu al het praktijkonderwijs, dat jongeren direct opleidt voor vakken als fietsenmaker of loodgieter. Dit onderwijs is echter bedoeld voor een beperkte groep scholieren.

Het parlement wil dat meer leerlingen direct na de basisschool een beroep kunnen leren. Zo pleit PvdA-Kamerlid Staf Depla voor meer steun aan experimenten voor vakscholen. Nathalie de Rooij van de SP wil dat in het vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs) een speciale leerweg komt die gericht is op de praktijk.

Hamming

Volgens de SP wil ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid dat meer leerlingen praktijkonderwijs kunnen volgen. Ineke Dezentjé Hamming van de VVD sluit zich daarbij aan.

CDA en ChristenUnie zoeken het meer in het huidige praktijkonderwijs. CDA-Kamerlid Jack Biskop wil dat dit onderwijs leidt tot een "vakgericht certificaat". Ook Arie Slob van de ChristenUnie wil dat leerlingen "die graag met hun handen bezig zijn" hun opleiding "gekwalificeerd en al kunnen afsluiten".

Theoretisch

Met de vorming van het vmbo in 1999 wilde de regering ervoor zorgen dat iedere jongere voldoende basiskennis meekreeg om te functioneren in de maatschappij. Voor veel leerlingen blijkt deze theoretische bagage een brug te ver. Hoewel zij genoeg talent hebben om een vak te leren, lukt het hen niet om een diploma te halen.

Vorige zomer stelde een werkgroep tegen de jeugdwerkloosheid onder leiding van Hans de Boer al dat de oude ambachtsscholen in ere moeten worden hersteld. Op die manier moet een einde komen aan het tekort aan technisch personeel, en wordt schooluitval onder zwakke leerlingen voorkomen.

Spijbelen

Het kabinet wil ervoor zorgen dat veel meer leerlingen hun diploma halen. Daarvoor moet allereerst worden voorkomen dat leerlingen spijbelen, want dat is vaak een voorbode voor schooluitval.

In de aanpak tegen het spijbelen gaat justitieminister Ernst Hirsch Ballin ervoor zorgen dat rechtbanken minstens een keer per maand een zitting met een spijbelrechter houden. Deze moeten jongeren straffen die er constant met de pet naar gooien.

Rechter

PvdA, VVD, PVV, GroenLinks en D66 eisen dat iedere gepakte leerling zich binnen een maand voor de rechter moet verantwoorden. De partijen zijn ontevreden dat nog niet elke rechtbank een spijbelrechter heeft.

Vorige week werd bekend dat in het schooljaar 2006-2007 53.100 jongeren hun opleiding verlieten zonder diploma. Dat betekent 3400 voortijdige schoolverlaters minder dan in het schooljaar daarvoor. Van de daling waren echter 2400 gevallen te danken aan een verbeterde telmethode.

Teleurstellend

Biskop en Slob vinden de afname teleurstellend. Ook onderwijsminister Ronald Plasterk vraagt zich af of "de helling wel stijl genoeg is" om de doelstelling van het kabinet van maximaal 35.000 voortijdig schoolverlaters in 2012 te halen.