ROTTERDAM - Aanklager J. Valente heeft maandag voor derechtbank in Rotterdam straffen van een half jaar tot drie jaar celgeëist in de zaak tegen twaalf vermeende terroristen. Devermoedelijke moslimextremisten worden ervan verdacht een netwerkte hebben gevormd, dat strijders voor de jihad heeft gerekruteerd,voorbereid en ondersteund. Deze strijders zouden onder meer wordeningezet voor diensten voor al-Qaeda en de Taliban.

Justitie legt de jihad uit als de gewapende strijd tegen devijanden van de islam over de hele wereld. Enkele verdachten van demoslimgroep zijn zelf tot strijder opgeleid, concludeert hetOpenbaar Ministerie (OM). De rest heeft zich met organisatorischeen ondersteunende werkzaamheden beziggehouden. De verdachtenverspreiden volgens Valente dan ook niet alleen het gedachtegoedvan de jihad, maar ze brengen die ook in praktijk.

Cocaïne-smokkel

Justitie meent dat tien van de twaalf verdachten lid van eencriminele organisatie zijn. Om de organisatie financieel teondersteunen, heeft een cel zich onder meer beziggehouden met hetsmokkelen van cocaïne. Andere cellen van de organisatie zorgdenvoor valse identiteitsbewijzen en hielpen reizen te organiserenvoor de moslimstrijders, meent het OM.

Valente had aanvankelijk ook alle twaalf willen beschuldigen vanhet geven van hulp aan de vijand. De officier van justitie kan ditbij de meeste verdachten niet bewijzen. Daarom kondigde hij vrijdagal aan dat hij deze aanklacht afzwakt.

Op de verdachten D.M. uit Algerije en R.A. uitEgypte na, wil hij vrijspraak voor deze aanklacht. M. en A. wordenverdacht van een poging van hulp aan de vijand. M. was volgensjustitie via Iran op weg naar Afghanistan. Deze verdachte zegt dathij op weg was naar Mekka voor een bedevaart. A. heeft eentestament ingesproken, waaruit het Openbaar Ministerie (OM) afleidtdat hij als jihad-strijder klaarstond. Verder zegt de aanklager dathij de beschuldigingen dat een deel van de verdachten zich heeftbezondigd aan mensensmokkel of illegaal wapenbezit, niet kanbewijzen.

Zwijgende verdachten

Valente beaamde maandag dan ook dat het 'geen eenvoudig'onderzoek is geweest en dat justitie een aantal keren op het puntstond om te stoppen met het onderzoek. "Normaal verzamelen weeerst zelf informatie. In dit geval volgden eerst op basis vaninformatie van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst(AIVD) de aanhoudingen. Pas daarna konden we beginnen met hetzoeken naar bewijzen", stelde hij. "Vervolgens kregen we te makenmet zwijgende verdachten of verdachten die telkens hun verklaringenveranderden. Een aantal dingen hebben we daarom gewoon niet kunnenbewijzen."

Ook het feit dat de in beslag genomen documenten in het Arabischwaren opgesteld, belemmerde volgens de aanklager het onderzoek. Ookheeft de rol van de AIVD het onderzoek bemoeilijkt.Deze dienst laat niet weten hoe het aan de vergaarde informatiekomt. Een rechter kan die informatie dan ook niet toetsen. Volgensde aanklager is er tussen de AIVD en justitie echter eenvertrouwensbeginsel. Het OM mag er in zijn visie van uit gaan datde dienst de informatie rechtmatig heeft verkregen. Hij verwees danook regelmatig naar de bevindingen van de AIVD.

De rechtbank inRotterdam dacht daar in het eerste terroristenproces in decembervorig jaar echter anders over. De rechters spraken toen viervermeende terroristen vrij vanwege de omstreden rol van de AIVD.

Telefoontaps

Valente heeft onder meer telefoontaps van de AIVD in dezestrafzaak meegenomen. Met deze opgenomen telefoongesprekken en eenaantal in beslaggenomen documenten wordt volgens hem aangetoond dater een samenwerkingsverband tussen de verdachten bestond.

Ook voert het OM de bij verdachten in beslaggenomen documentenen banden over internationale jihad als bewijs op. Tevens beschiktde aanklager volgens eigen zeggen over zogenoemde testamenten vanpotentiële strijders. Hierin namen enkele verdachten afscheid ommartelaar te worden.

Tenslotte wijst de aanklager op de gevondenvalse identiteitspapieren en op een aantal al dan niet herroepenverklaringen van verdachten.