DEN HAAG - PVV-leider Geert Wilders overweegt zijn anti-Koranfilm naar buiten te brengen voor het kort geding dat vrijdag tegen hem dient. Maar dat is nog niet zeker, omdat de politicus niet weet of technisch dan alles al in orde is. Ook wil hij er nog juridisch advies over inwinnen.

Wilders reageerde daarmee zaterdag op de zaak die de Nederlandse Islamitische Federatie (NIF) tegen hem heeft aangespannen.

De organisatie wil afdwingen dat een onafhankelijke expert de film voor de première beoordeelt of hij grievend is voor moslims en de islam. Als dat het geval is, wil de NIF op basis daarvan de vertoning van de film verbieden.

NIF

De federatie gaat ervan uit dat Wilders zijn film niet publiceert voordat het kort geding heeft gediend. De advocaat van de NIF, E. Köse, zei zaterdag dat hij het zou betreuren als het Tweede Kamerlid de film toch al voor die tijd naar buiten brengt.

Juridische plicht

De raadsman erkende dat Wilders geen juridische plicht heeft om te wachten tot de zaak voor de rechter is geweest.

"Maar Wilders beroept zich op de wet. Wij mogen ervan uitgaan dat hij het oordeel van de rechter afwacht. Waarom zou hij daarvoor weglopen?'', aldus Köse. De NIF eist verder onder meer dat de PVV-leider stopt met zijn 'kwetsende' opmerkingen jegens de islam.

1 april

Wilders heeft aangekondigd dat hij zijn film Fitna in elk geval voor 1 april op internet zet. "Nee, het is geen 1 april-grap. Het wordt inmiddels de hoogste tijd dat u de korte film te zien krijgt'', schreef hij deze week op z'n weblog.