'AIVD heeft Mohammed B. onderschat'

DEN HAAG - De inlichtingendienst AIVD heeft in 2004 te weinig aandacht besteed aan Mohammed B. De veiligheidsdienst onderschatte de "belangrijke rol en de gewelddadige uitstraling" van de moordenaar van cineast Theo van Gogh.

Dat blijkt uit een onderzoek naar de rol van de AIVD rond de moord op Van Gogh. De toezichthouder op de veiligheidsdiensten concludeert daarin tevens dat meer aandacht voor Mohammed B. niet zou hebben geleid tot het beeld dat hij een aanslag voorbereidde.

Minister Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken) heeft het onderzoek naar de AIVD dinsdag aan de Tweede Kamer gegeven. De bewindsvrouw onderschrijft bijna alle kritiekpunten die uit het onderzoek naar boven komen.

Aanwijzingen

Alleen de kanttekening dat de veiligheidsdienst had moeten weten dat Mohammed B. onder een schuilnaam geweldsverheerlijkende teksten schreef, beoordeelt de minister anders. Volgens haar zou die wetenschap geen aanwijzingen hebben opgeleverd dat hij van plan was om Van Gogh te vermoorden. Mohammed B. voerde de moordaanslag op 2 november 2004 uit aan de Linneausstraat in Amsterdam.

De Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) heeft na aandringen van de Tweede Kamer gekeken naar de gang van zaken rond de moord.

Het parlement had een onafhankelijk onderzoek gevraagd, omdat het een eigen evaluatie van de departementen Binnenlandse Zaken en Justitie kritiekloos vond.

Vizier

Eind 2005 vertelde de advocaat van een audiobewerker van de AIVD, Michiel Pestman, het ANP dat de inlichtingendienst in november 2004 slechts een tiental mensen op het vermeende terroristische netwerk de Hofstadgroep had gezet. Door deze karige bezetting is de moordenaar van Theo van Gogh mogelijk uit het vizier geraakt, concludeerde Pestman toen.

De cliënt van de raadsman, Outman ben A. (Amar), werkte voor het AIVD-team dat de Hofstadgroep in de gaten moest houden. De analyse van de afgeluisterde gesprekken van Mohammed B. was een van zijn taken.

Informatie

Ben A. werd vijf weken voor de moord op Van Gogh zelf opgepakt, omdat hij geheime informatie zou hebben doorgespeeld aan veronderstelde leden van de Hofstadgroep. Pestman en zijn kantoorgenote Britta Böhler hebben daarom destijds de rol van de AIVD bij het onderzoek naar de Hofstadgroep gereconstrueerd.

"Mohammed B. moet helemaal uit beeld zijn geraakt, nadat onze cliënt was gearresteerd", concludeerde Pestman. Dat beeld was volgens hem al niet goed, omdat de AIVD toen ook nauwelijks zijn internetgedrag in de gaten hield. "Er was destijds nog geen structurele voorziening voor. Ook had, ondanks aandringen van Ben A., de rest van zijn team weinig belangstelling voor B., aldus Pestman.

Analyseren

Uit de verklaringen van Ben A. en uit het dossier over zijn strafzaak bleek eveneens duidelijk dat het AIVD-team dat voor de Hofstadgroep verantwoordelijk was, maar beperkte mogelijkheden had. Ze stonden voor een "onmogelijke taak". Zo moest alleen Ben A. al ongeveer honderd gesprekken per dag uitluisteren en analyseren.

Tip de redactie