AMSTERDAM - De ouders van de gesneuvelde soldaat Aldert Poortema zijn teleurgesteld dat het Openbaar Ministerie de leidinggevenden bij de missie in Uruzgan niet vervolgt.

Dat zeggen ze zaterdag in een interview met de Leeuwarder Courant.

Bij gevechten met de Taliban in Deh Rawod schoten Nederlandse militairen in januari per ongeluk op de eigen troepen.

Daarbij kwamen twee Nederlandse militairen, onder wie Poortema, en twee Afghaanse soldaten om het leven. Een derde Nederlander raakte zwaargewond en verloor beide benen.

Verwijten

De ouders zeggen in de krant dat ze de soldaten van de A-compagnie, die hun zoon doodschoten, niets verwijten omdat ze die opdracht van hogerhand kregen.

De soldaten dachten dat het om Talibanstrijders ging. Volgens de ouders zijn op hoger niveau 'flaters' gemaakt.

Woning

Poortema en de andere Nederlandse militair bevonden zich tijdens de gevechten op een woning. Andere Nederlandse troepen meenden daar vijandelijke strijders te zien, waarna werd besloten het vuur te openen.

Het OM heeft niet kunnen achterhalen hoe het heeft kunnen gebeuren dat de locatie niet is herkend als die van de Nederlandse militairen.

Herhaling

Het paar zegt in de krant niet van plan te zijn het OM via juridische stappen alsnog te dwingen om vervolging in te zetten. Ze zouden alleen herhaling van dergelijke fouten willen voorkomen.

"Wij nemen maar aan dat de verantwoordelijke mensen in Afghanistan op hun flaters worden aangesproken. Als mensen het op bepaalde posities niet goed doen, moeten ze daar weg."

Procedurele fouten

Defensie constateerde in het eigen onderzoek dat tijdens de gevechten procedurele fouten zijn gemaakt.

Het OM daarentegen meent dat individuele militairen strafrechtelijk gezien niets te verwijten valt.

Berlijn

Commandant der Strijdkrachten Dick Berlijn laat nog wel onderzoeken welke lessen te trekken zijn uit de gebeurtenissen in de nacht van 12 op 13 januari bij Deh Rawod.

Wanneer de uitkomsten van dat onderzoek er zijn, is niet bekend.